Verkiezing kletspraatjes

Nee, dit gaat niet over de politiek, hoewel kletspraatjes daar gemeengoed zijn. De consumentenbond is een actie gestart om kletspraatjes en nepetiketten aan te pakken. Ik hoor het je denken: “Waarom is dat nodig?” Er wordt namelijk veel te veel geroepen in voedingsland en daar mag best wat aan worden gedaan. Ik draag deze campagne een warm hart toe en heb alvast een paar voorbeelden verzameld.

Groentes bevatten geen voedingsstoffen meer

Dat klopt, ze zijn niet verrijkt ten opzichte van vroeger. Groenten bevatten nog steeds evenveel eiwitten, koolhydraten, vitamines en mineralen. Regelmatig komen er mensen met het kletspraatje dat groente door de uitputting van de bodem armer is aan deze stoffen. Hierbij wordt vaak vermeld dat dit de oorzaak is dat veel mensen tegenwoordig zoveel (vage) gezondheidsklachten hebben. De verspreiders van dit kletspraatje hebben daarvoor al een remedie klaar: om je van deze klachten af te helpen, bieden deze mensen een of meerdere exclusieve preparaten aan die je beslist moet gebruiken. Uiteraard hangt daar wel een prijskaartje aan en om de eigen verkoop op te stuwen bieden deze personen je de kans om mee te helpen om het supplementenevangelie verder te verspreiden. Uiteindelijk word je eerder van je geld afgeholpen dan van je (vage) klachten. Je verliest in ieder geval altijd wat (over)gewicht … in je portemonnee.

E-nummers grootste zorg qua voedingsproblemen

In de laatste vier volksgezondheidsnota’s werden overgewicht, diabetes en alcoholgebruik als de belangrijkste voeding-gerelateerde speerpunten genoemd die aandacht behoeven in het beleid. De voornaamste oorzaken van deze problemen zijn niet de blootstelling aan E-nummers in de voeding, maar leefstijlfactoren. Daar valt best wat aan te doen, maar dat vereist, kennis, bewustwording, (vergroten van) vaardigheden en steun vanuit de (sociale) omgeving. Om dit op bevolkingsniveau te verbeteren is langdurige inzet van professionals nodig. Daar hangt wel een economisch plaatje aan, maar wie winst wil boeken zal eerst moeten investeren in een duurzaam meerjarenbeleid. Een preventieplan voor drie jaar is dan niet voldoende en dát is geen kletspraatje…

Diëtisten vertellen alleen maar wat je niet mag

Consumenten hebben nog vaak het idee dat diëtisten met een opgeheven vingertje vertellen wat je vooral niet mag eten, maar tegenwoordig gaan de meeste diëtisten bij de behandeling of advies eerst na of de patiënt wel gemotiveerd is om aan een dieet te beginnen. Is dat niet het geval dan wordt er gekeken wat hier de reden van is en hoe de patiënt geïnformeerd kan worden over de do’s en dont’s van de eerste-keus dieetbehandeling of voedingsadvies en andere mogelijkheden, zodat de patiënt een weloverwogen beslissing kan nemen om er wel of niet aan te beginnen. Samen met de patiënt wordt bekeken welke obstakels en overtuigingen er zijn die belemmerend werken om het dieet te volgen en er wordt gekeken welke factoren het volgen van het dieet (kunnen) vergemakkelijken.
Een diëtist gaat bij de dieetbehandeling en het voedingsadvies altijd uit van de medische informatie van en over de cliënt. Daarnaast wordt rekening gehouden met de smaakvoorkeuren en tegenzinnen, maar ook de sociale, economische en psychologische factoren en uiteraard ook de sportieve activiteiten worden meegenomen in de dieetbehandeling of het voedingsadvies. Meer weten over de werkwijze van diëtisten? Lees dan pagina 7 en 8 op deze link.

Nederlandse volwassenen weten heel goed wat ze moeten eten

Uit een onderzoek van TNS-NIPO dat in opdracht van de Leidse Onderwijs Instellingen werd uitgevoerd onder 1000 volwassen Nederlander bleek dat 60% van de ondervraagden niet weet wanneer er sprake is van overgewicht. Van de geënquêteerden schatte 43% de energiebehoefte (in kCalorieën) voor kinderen van 9 tot 13 jaar 1000 kCal lager in dan de werkelijke behoefte en de helft kon aangeven hoeveel energie een actieve vrouw van 40 jaar nodig heeft. Meestal werd de energiebehoefte te laag ingeschat, terwijl de meeste mensen juist teveel eten. Van de vrouwen dacht 61% dat ze voldoende voedingskennis hadden, maar na het onderzoek was slechts 29% die mening toegedaan. De meeste respondenten bleken ook onvoldoende kennis te hebben om de informatie op etiketten goed te kunnen begrijpen.
Het blijkt dus dat hier nog veel winst te boeken is en LOI heeft die handschoen direct opgepakt door een minicursus over voeding aan te bieden.

Remedie om kletspraatjes en onjuiste etiketten te herkennen

De geruchten over voeding tieren welig en omdat de kennis bij de consument veelal ontbreekt zal het voor de “gewone leden” van de Consumentenbond lastig zijn om kletspraatjes en foute etiketten op te sporen. Het organiseren van een minicursus over Voeding door de LOI is een aardig initiatief om consumenten meer voedingskennis aan te reiken, maar (veel) mensen met een smalle beurs, of zonder computer worden dan niet bereikt. Juist bij mensen met een lagere sociaaleconomische status komen meer gezondheidsproblemen voor. Om deze mensen te mee te laten doen is meer nodig dan er in het huidige preventieplan wordt voorgesteld en ook dát is geen gerucht.
Voedingslessen op alle onderwijsniveaus is een goed begin en wijkgerichte aanpak waarbij bewoners worden betrokken kunnen helpen om het publiek beter te wapenen tegen kletspraatjes en om etiketten beter te begrijpen. Zo kan er in de toekomst een eerlijke verkiezing plaatsvinden van het vreselijkste kletspraatje over voeding of het meest onduidelijke etiket. Er staan heel veel professionals in de startblokken om hieraan te werken, maar daar is geld en een lange adem voor nodig en ook dát is geen sprookje.


Geplaatst door Anneke Palsma op 31 October 2013