Sierlijk en (te) slank?

Sommige sporten zijn gewoon prachtig om naar te kijken vanwege de schoonheid ervan. Het kunstschaatsen is zo’n mooie sierlijke sport. Naast de elegant uitgevoerde sprongen op romantische muziek is het ook een show van mooie jurkjes en prachtige pakken. Achter de glitter schuilt echter wel een wereld van veel trainen en discipline en dat geldt ook voor het omgaan met de voeding.

Mooi en sierlijk

In Nederland is er van oudsher meer belangstelling voor het langebaan- marathonschaatsen en shorttrack, maar tijdens de Olympische Spelen wordt ook  aandacht aan het kunstschaatsen besteed. Meestal gaat dat dan niet verder dan de wedstrijdverslagen met een toelichting op de uitgevoerde kür, het paarrijden en het ijsdansen.  
Deze sport wordt voornamelijk door vrouwen beoefend en het lijkt erop dat het voornamelijk een esthetische sport waarbij mooie kleding wordt geshowd, maar in deze sport is de snelheid en de lichaamsbeheersing belangrijk, omdat deze elementen bijdragen aande kwaliteit en de sierlijkheid van de sprongen en andere figuren. Naast de vele trainingsuren voor het verbeteren van conditie en techniek is er aandacht nodig voor behoud en ontwikkeling van de spiermassa en voldoende brandstoflevering. Dat kan conflicteren met de wens voor een slank uiterlijk.

Veel energie nodig

Vaak beginnen kunstschaatsers al op een jonge leeftijd met hun carrière en ook dan worden trainingsweken gemaakt van meer dan 20 uur. Voor meisjes in de groei betekent dat ze een grote energiebehoefte hebben, waarbij ook gelet moet worden op voldoende bouwstoffen voor de groei en ontwikkeling van het lichaam. Op dit moment zijn er (nog) geen onderzoeksgegevens beschikbaar over vitamine D-status van kunstschaatsers, maar omdat het een binnensport is, kan het toch wenselijk zijn om de vitamine D-status van de kunstschaatsers door de sportarts en sportdiëtist te laten monitoren.
Uit onderzoek bij 36 vrouwelijke kunstschaatsers in Amerika blijkt dat de energie-inname lager is dan wat er berekend is en de onderzoekers spreken dan ook van een matig risico op een gestoord eetgedrag. Uit een andere studie van deze onderzoeksgroep blijkt dat ze gemiddeld een Body Mass Index (BMI) hadden van 19,8 en een vetpercentage van 19,2%.

Eetproblemen groot impact op familie sporter

Wanneer zo’n jonge vrouwelijke kunstschaatser in de puberteit komt, wordt ze geconfronteerd met grote lichamelijke veranderingen. Dat kan tot onzekerheid over het uiterlijk en haar lichaamsvormen leiden. Onderzoek leert dat esthetische sporters daarvoor extra gevoelig zijn. In een aflevering van Tot op het bot, uitgezonden op 28 november 2013 waarin Leontien van Moorsel een getalenteerde kunstschaatster begeleidde om anorexia nervosa te overwinnen is dat goed belicht. Leontien is zelf ervaringsdeskundige en begeleidde zes jonge vrouwen met anorexia bij het overwinnen van deze ernstige eetstoornis voor dit programma. Saillant detail is dat Leontien tijdens deze aflevering ook opmerkt dat ze bij de confrontatie met de ouders van dit schaatstalent merkt hoeveel impact de eetstoornis heeft voor de familie van deze sporter.

Welke sporters zijn het meest at risk?

Omdat eetstoornissen bij sporters vaker voorkomen dan bij een gewone populatie is het nodig dat het team rondom de sporter(s) alert is op signalen die op een eetstoornis kunnen wijzen. Er zijn eigenlijk vier groepen sporters die een grotere kans hebben op het ontwikkelen van anorexia, namelijk de sporters waarbij gewichtsklassen belangrijk zijn zoals judoka’s, sporters die een voordeel kunnen hebben van een licht gewicht zoals de skischansspringer, duursporters die dan minder gewicht hoeven mee te torsen, maar de belangrijkste groep wordt gevormd door de esthetische sporters, zoals dansers, turners en kunstschaatsers.

Wat te doen?

Anorexia Nervosa is een ernstige psychiatrische aandoening waaraan per 10 jaar 5,5% van de patiënten sterft.
Het is belangrijk om de sporter met anorexia tegen zichzelf te beschermen en het trainen dient afgeraden te worden als er een BMI lager dan 18,5 is. Voor het behandelen ervan is het nodig om gespecialiseerde psychologische hulp in combinatie van goede voedingseducatie in te zetten die affiniteit hebben met sport om de (prestatiedruk in de wereld van de) sporter beter te begrijpen. Dat klinkt eenvoudig, maar kennis van de leefwereld van de sporter kan de behandelaar(s) helpen om de sporter beter te ondersteunen terwijl de sporter met een eetstoornis veel doorzettingsvermogen nodig heeft om de behandeling succesvol te laten verlopen. Oftewel zoals Leontien het zelf verwoord: het overwinnen van de eetstoornis was een grotere overwinning dan haar gouden Olympische medailles van 2000 in Sydney.
Voor wie meer wil weten wat er in de Nederlandse sport aan eetstoornissen wordt gedaan is er informatie te vinden op www.eetproblemenindesport.nl .


Geplaatst door Anneke Palsma op 30 January 2014