Betuttelen, verwaarlozen of preventie

“Preventie” is de laatste decennia geen geliefd thema bij de overheid. De grote vraag is hoe we mensen kunnen informeren en motiveren voor een gezonde leefstijl, terwijl er steeds vaker wordt opgemerkt  “dat de overheid zich daar niet mee moet bemoeien”. Hoe kunnen mensen een eerlijke keuze maken als de informatie steeds minder toegankelijk wordt gemaakt?

Verschillende ideeën over preventie

Eind maart 2014 verscheen het rapport “Leefstijlbeïnvloeding, tussen betuttelen en verwaarlozen” van de Centrum voor Ethiek en gezondheid waarin drie standpunten over leefstijlbeïnvloeding worden toegelicht. Dit document wordt uitgegeven door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. De standpunten die in dit rapport worden besproken zijn “Leefstijlbeïnvloeding is altijd acceptabel wanneer deze tot gezondheidswinst leidt”, Leefstijlbeïnvloeding is altijd onacceptabel omdat deze interfereert met de individuele vrijheid” en “ook wanneer leefstijlbeïnvloeding tot gezondheidswinst leidt, is deze alleen onder bepaalde voorwaarden acceptabel”.
Maar het nalaten van het geven van informatie over leefstijl kan worden gedefinieerd als verwaarlozing, omdat de consument dan geen bewuste keuze heeft kunnen maken.

Leefstijlbeïnvloeding altijd acceptabel?

Leefstijlinterventies gaan natuurlijk altijd gepaard met financiële en morele kosten. Wanneer het om gezondheid gaat is het nodig om in kaart te brengen of de kosten tegen de baten opwegen. Het tweede standpunt dat leefstijlbeïnvloeding altijd onacceptabel is, omdat het interfereert met de individuele vrijheid kan echter tot inperking van vrijheid van andere individuen leiden. Denk aan het voorbeeld van het rookverbod in openbare gebouwen. Doordat hier niet gerookt mag worden zijn deze plaatsen ook beter toegankelijk voor mensen met luchtwegaandoeningen. Wanneer het roken overal toegestaan zou zijn, worden deze groepen mensen beperkt in hun vrijheid. Echte vrijheid kan alleen bestaan bij het accepteren van elkaars grenzen.
Is preventie dan altijd betutteling? Waar eindigt en begint de taak van de overheid voor gezondheidsbescherming?

Betutteling door commercie wel ethisch?

Het lijkt er tegenwoordig op dat leefstijlinterventies vaak gezien worden als betutteling. Wat echter in deze benadering gemakkelijk vergeten wordt is dat er ook andere spelers in het veld zijn die de leefstijl (willen) beïnvloeden. Wie wel eens benzine tankt of met het openbaar vervoer reist ontkomt niet aan de verleidingen die in de winkel(s) bij de benzinepomp en op het station uitgestald liggen. De meest levensmiddelen op deze plaatsen betreffen vrijwel altijd producten die rijk zijn aan suiker en (trans)vet, terwijl er veel minder keus is in de gezonde alternatieven. Ook in de supermarkten zijn de extra zegels of voetbalplaatjes of andere cadeautjes voornamelijk te verkrijgen na aankoop van snoepgoed, snacks en frisdranken.
Onlangs vernieuwde een van de supermarkten in mijn woonplaats. In plaats van met de klok mee, loopt de winkelroute nu tegen de klok in. Dat zou tot meer verkoop moeten leiden. En bij de eerste bezoeken viel het al gelijk op: het aanbod van bewerkte producten is toegenomen, terwijl het bodemoppervlak voor groente en fruit en onbewerkt vlees afgenomen was. Ook bij het zuivelvak kreeg ik de indruk dat het absolute aandeel van de producten zonder (smaak)toevoegingen in de loop der jaren kleiner is geworden. Nee, ik denk niet dat dit een uitzondering is. Hoewel dit bedoeld is als marketing, bekruipt me toch een gevoel van betutteling… maar dan door de commercie. Is dat wel ethisch???

Voorschrijven, nudging of informeren?

Gezondheidsadviezen moeten niet gepresenteerd worden als ge- en verboden, omdat het bij veel mensen weerstand oproept om het op te volgen. Een andere manier is om mensen tot gezonde keuzes te verleiden, oftewel het principe van nudging. Dat kan bijvoorbeeld door een gezonde leefstijl via social marketing aan te bieden. Om dit gerealiseerd te krijgen op alle plaatsen waar mensen aan voedselverleidingen worden blootgesteld is lastig, omdat het dan ook inbreuk kan maken op de vrijheid van aanbieders van voedsel, zoals de gewone supermarkt.
Eigenlijk is het nog mooier als mensen bewuste keuzes maken, maar daarvoor moeten ze wel over voldoende informatie dichtbij huis kunnen beschikken. Nu er veel bibliotheken worden gesloten zijn mensen steeds meer aangewezen op internet en andere bronnen om gezondheidsinformatie te vinden. Via radio, televisie, kranten en internet is ook van alles over voeding te vinden, maar niet alles is even goed onderbouwd. Het is lastig om onderscheid te maken tussen goed onderbouwde informatie en ongefundeerde meningen.

Voor ethisch preventiebeleid is meer geld nodig

Een advies is gemakkelijk op te stellen, maar het opvolgen is een stuk moeilijker door barrières die de doelgroep kan ervaren. Het is belangrijk dat de beleidsmakers die de leefstijl willen beïnvloeden dit niet alleen doen met landelijke campagnes, maar ook in gesprek gaan met de doelgroep om de hobbels die het lastig maken om gezond te leven op te sporen en helpen om deze zoveel mogelijk weg te nemen of handvatten te bieden om met de belemmeringen om te gaan.
Mooie methodieken om leefstijlbeïnvloeding als tweerichtingsverkeer tussen professional en leden van de doelgroep op een gelijkwaardig niveau te laten plaatsvinden zijn intervention mapping (op groepsniveau) en motiverende gespreksvoering op individueel niveau. Hierdoor kan goed gefundeerde informatie toch toegankelijk worden gemaakt voor publiek op een manier die passend is voor iedere doelgroep. Om dit ethisch verantwoorde beleid te realiseren is er toch meer geld nodig voor preventie.


Geplaatst door Anneke Palsma op 3 April 2014