Risico in eigen keuken?

De kans om ziek te worden door zelf bereid voedsel is groter dan je denkt. Toch lijkt het erop dat het voor veel mensen toch nog een ver-van-hun-keukenshow is als er gemeld wordt dat er voedingsmiddelen in de handel terecht zijn gekomen zijn die een vervelende nasmaak hebben. Jan Publiek maakt zich meer zorgen over E-nummers dan over de ziekten die in hun eigen keuken op de loer liggen.

Besmette zalm werd toch gegeten

Op 13 mei ’14 werd er op de voorpagina van de Metro gemeld dat het Rijks Instituut Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zich zorgen maakt over het bewust eten van voedingsmiddelen die besmet zijn met salmonella. Naar aanleiding van de salmonella-infecties door besmette zalm die in 2012 plaatsvond inventariseerde het RIVM wat de Nederlandse burgers weten van salmonella en welke maatregelen ze genomen hebben nadat ze op de hoogte waren van deze salmonella-uitbraak. Hoewel de meeste respondenten een salmonella-infectie als “ernstig” beschouwen, bleek dat ze de adviezen die gegeven werden om de infectie te voorkomen niet zo goed opvolgden. Zo leidde de salmonella-uitbraak niet tot extra aandacht voor de eigen keukenhygiëne en 6,5 % van de ondervraagden  heeft de met salmonella besmette zalm zelfs gewoon opgegeten, ondanks het feit dat ze daardoor kans liepen om hier ziek van te worden.

Het gebeurt vaker dan je denkt…

Uit dit onderzoek bleek verder dat 65% van de respondenten zich wel op de hoogte stelt van voedselinfecties, maar ze nemen niet de moeite om te controleren of zij ook producten van een besmette partij in huis hebben. Ook blijkt dat 39% niet weet welke voedingsmiddelen het vaakst besmet zijn met salmonella. Wereldwijd komen er regelmatig uitbraken voor van allerlei voedselinfecties, zoals salmonella, camphylobacter, E. Coli en het norovirus. In Nederland zou het naar schatting zelfs vaker dan een miljoen keer per jaar voorkomen.

Infectie of vergiftiging

Een voedselinfectie wordt veroorzaakt door bacteriën, schimmels en virussen, die zich in de darmen vermeerderen. Zowel een voedselvergiftiging als een voedselinfectie leidt vaak tot klachten als buikpijn, braken en diarree. De klachten ontstaan binnen enkele uren tot 2 dagen en kunnen 2 tot 9 dagen aanhouden. Kwetsbare groepen, zoals ouderen, kleine kinderen, zwangere vrouwen en mensen die een verminderde weerstand hebben door (behandelingen van) ziekten dienen extra alert te zijn.
Een voedselvergiftiging wordt veroorzaakt door toxinen die door bacteriën, schimmels, virussen of andere organismen zijn geproduceerd. De klachten en het verloop van een voedselvergiftiging zijn vaak hetzelfde als bij een voedselinfectie.   

Mens belangrijkste factor

Regelmatig meldt ook de consumentenbond over voedingsmiddelen die met de darmbacterie E. coli zijn besmet. Deze verontreinigingen worden veroorzaakt door slechte persoonlijke hygiëne. Het handen wassen na elk toiletbezoek kan er soms in de haast bij inschieten, of het wordt rap rap gedaan, maar niet voldoende. En dan blijkt een oude aangepaste tegeltjeswijsheid te gelden: Haastige spoed is beslist niet goed. De bacteriën vermenigvuldigen zich sneller dan konijnen, zoals op bijgaand plaatje is te zien. Het lijkt erop dat het niet alleen onwetendheid is, maar vooral nalatigheid dat Jan Publiek eerder ziek wordt van zijn eigen keuken dan van de E-nummers.
Hygiëne is niet zo ingewikkeld. Met logisch nadenken kom je al een heel eind.

10 hygiënetips

1. Let goed op de houdbaarheidsdatum en de bewaartips en eventueel op de gebruiksaanwijzing voor de bereiding bij aankoop van een voedingsmiddel.
2. Berg voedingsmiddelen zo snel mogelijk op na het boodschappen doen. Zorg ervoor dat ze op een goede manier worden bewaard. Dit geldt vooral voor vlees, vis, zuivel, groente en fruit.
3. Bewaar een voedingsmiddel op een schone plaats en bij de juiste temperatuur en licht.
4. Let erop dat je voedingsmiddelen zo vers mogelijk gebruikt. Let op de houdbaarheidsdatum, maar gebruik ook altijd je neus om te controleren of het echt bedorven is.
5. Laat bevroren voedingsmiddelen altijd in de koelkast ontdooien en gooi het dooiwater weg.
6. Zorg voor een goede persoonlijke hygiëne. Altijd handen wassen na elk toiletbezoek. Zorg dat open wondjes aan je handen niet in aanraking komen met voedsel. Zorg voor schone kleding en eventueel opgestoken haren.
7. Zorg voor schoon keukengerei (pannen, bestek en keukendoeken) en werkoppervlakken. Was een snijplank altijd nadat deze gebruikt is, voordat je een ander voedingsmiddel erop gaat bewerken.
8. Vervang het vaatdoekje dagelijks, omdat dat een broedplaats van micro-organismen is.
9. Verhit voedingsmiddelen, zoals vlees en kip, lang genoeg op de juiste bereidingstemperatuur.
10. Laat restjes snel afkoelen, bijvoorbeeld door de pan/schaal in een bak met koud water te zetten, en zet ze dan zo snel mogelijk in de koelkast/diepvriezer.

Als je dit allemaal goed opvolgt heb je meer kans op een “Goede bekomst”


Geplaatst door Anneke Palsma op 15 May 2014