Alles over sport en voeding 2

De sportzomer is goed gestart met winst van “ons elftal”, terwijl de Tour de France nog moet beginnen… Zelf sporten is nog leuker en je beleeft meer plezier als je jezelf goed voedt en laaft. Wat en hoeveel moet je dan eten en drinken? Het Voedingscentrum gaf onlangs een herziene versie uit van “Alles over voeding en sport”, maar is de informatie uit dit boekje toereikend voor alle sporters?

Wat is er nieuw?

In deze uitgave van “Alles over sport en voeding” zijn aparte hoofdstukken opgenomen over afvallen, team- en spelsport. Daarnaast hebben de bestaande hoofdstukken een andere titel gekregen en er is meer informatie opgenomen over de onderwerpen. Op een aantal plaatsen zijn veelgestelde vragen uit de praktijk toegevoegd. Er zijn dagmenu’s met eiwitrijke en koolhydraatrijke gerechten opgenomen. Bij de recepten is door middel van een icoontje aangegeven of het om eiwitrijke, koolhydraatrijke of vegetarische gerechten gaat.

Risico vervuilde voedingssupplementen

Daarnaast is ook aandacht besteed aan de risico’s van het gebruik van supplementen die verontreinigd kunnen zijn met dopinggeduide stoffen. Dit is vooral van belang voor sporters die in aanmerking kunnen komen voor dopingcontroles. Ook wordt aangegeven dat supplementen en kruidenmengsels verontreinigd kunnen zijn met illegale stoffen.
Verder wordt er wel gewezen dat sporters op professioneel niveau het beste gebruik kunnen maken van supplementen die op de liijst staan van het Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport.
Wellicht wist je het al, maar deze lijst is tegenwoordig ook te vinden via een app.

Goede basisvoeding is belangrijk

Ook in deze uitgave van Alles over sport en voeding" wordt duidelijk benadrukt dat de winst vooral met het verbeteren van de basisvoeding behaald kan worden. Hiervoor wordt uitgegaan van de Schijf van Vijf en er wordt uitgelegd wat de principes zijn achter dit overbekende voorlichtingsmodel. Er wordt per vak verklaard wat het nut is voor de sporter. Een sterk punt is dat ook ingegaan wordt op de heersende fabels zoals “brood is slecht” en "buikvet kun je verbranden door te trainen". Bij elk vak wordt de richtlijn voor de producten uit het vak toegelicht. Hoewel er weinig recente gegevens over de voeding van de “gemiddelde sporter” in Nederland is dit zeker een goed basisadvies, maar wanneer iemand vaker sport dan er nodig is om de beweegnorm en de fitnorm te behalen is er toch een aangepast advies nodig dat meer toegesneden is op de sporter(s) zelf.

Verschil in eiwitaanbevelingen met richtlijn wedstrijdsport

Het is een winst dat er een hoofdstuk is toegevoegd over spelsport en teamsport. Daarnaast zijn de hoofdstukken over duursport en krachtsport behouden gebleven. Hoewel de dikte van het huidige boekje deed vermoeden dat het advies voor de verschillende sporttypen verder uitgebreid was, bleek dit niet helemaal het geval. In de eerdere uitgave werd op pagina 15 nog wel vermeld dat er voor duur- en krachtsporters extra eiwit wordt geadviseerd, maar in deze editie wordt alleen bij de krachtsporter vermeld dat er extra eiwit nodig is, maar dat er met de huidige voedingsstoffeninname ruimschoots aan de verhoogde eiwitbehoefte wordt voldaan. Berekening van het voorbeeld voor de krachtsporter die zijn/haar sport op professioneel niveau beoefend op pagina 62 leert echter dat de eiwitbehoefte wordt ingeschat op ongeveer 1,3 g/kg lichaamsgewicht, terwijl de International Society of Sports Nutrition een aanbeveling hanteert van 1,5 tot 2 g/kg lichaamsgewicht voor deze sporter.

Vochtverwarring

Ook over het gebruik van sportdranken wordt een ander advies gegeven dan er in de nieuwe richtlijnen wedstrijdsport wordt gehanteerd. Het is jammer dat het verschil tussen energydrinks met cafeïne en energiedranken zonder cafeïne niet wordt uitgelegd. Ook het voordeel van de isotone sportdrank wordt niet uitgelegd. Bij de cafeïnehoudende energydrinks wordt wel gewezen op het gevaar van uitdroging en het hoge gehalte aan suiker, maar niet dat het hier ook om hypertone dranken gaat.
Een weetje dat best aardig was geweest om op te nemen is dat koffiegebruik niet perse leidt tot meer urineproductie als het vlak voor het sporten wordt genomen, terwijl de cafeïne-inname wel kan leiden tot een verhoogde alertheid.

Al met al

Het huidige boekje is wel verbeterd ten opzicht van de vorige editie, maar toch blijft het meer geschikt voor de recreant. De wedstrijdsporter en de topsporter worden onvoldoende bediend, omdat de adviezen niet overeenkomen met de richtlijnen van de International Society of Sports Nutrition. Er is een gezonde scepsis ten aanzien van het gebruik van voedingssupplementen en sportvoedingspreparaten. Voor top- en wedstrijdsporters is het vaak vanuit een praktisch oogpunt handig om deze te gebruiken. Voor een recreant geldt dat slechts in sommige gevallen.

Voor een goed sportvoedingsadvies naar de Sportdiëtist

Het is goed dat de sporter voor een goed voedingsadvies wel doorverwezen wordt naar de sportdiëtist. De sportdiëtist houdt niet alleen rekening met je energiebehoefte en optimale eetmomenten, maar ook met het type sport dat jij beoefent. Wil jij hier meer over weten, schroom dan niet meer neem gerust eens contact op.
Het is jammer dat de schrijvers ook bij deze uitgave zelf geen gebruik hebben gemaakt van dit uitstekende advies.


Geplaatst door Anneke Palsma op 3 July 2014