Gewichtsbeheersing in judo

Op 18 en 19 oktober wordt het Nederlands Kampioenschap judo gehouden. Judo is een gewichtsklassesport.  Er wordt vaak gedacht dat judoka’s met een gewicht aan de bovengrens van de gewichtsklasse in het voordeel zijn ten opzichte van lichtere tegenstanders in dezelfde gewichtsklasse, maar klopt dat wel? Judoka’s kunnen hierdoor geobsedeerd worden door hun gewicht? Wat is hier aan te doen?

Aanpassing beleid gewicht maken bij judo nodig

Uit onderzoek van sportarts en ex-topjudoka Jessica Gal en sportpsycholoog Karin de Bruin blijkt dat 3 van de 4 judoka’s afvalt om in een specifieke gewichtsklasse uit te kunnen komen. Deze Nederlandse cijfers blijken overeen te komen met andere onderzoeken uit het buitenland. Gemiddeld willen ze dan 2-3% van het lichaamsgewicht kwijt, maar er werden ook percentages boven de 10% genoemd. Het gewichtsverlies per lijnsessie neemt toe naarmate de judoka’s ouder worden en op een hoger niveau acteren. Gemiddeld start het afvallen om in een gewenste gewichtsklasse uit te komen als een judoka 13,5 jaar jong is. Het afvallen voor een wedstrijd vindt gemiddeld 6 keer per seizoen plaats, maar de genoemde aantallen variëren van 0-30 keer.

Rigoureuze methoden en dopingrisico

Voor het afvallen worden verschillende methoden gehanteerd, variërend van een beetje minder eten tot extreme vocht- en voedselbeperking (een kiwi per dag) en verhogen van vochtafgifte bijvoorbeeld door te trainen in warme kleding of rubberen pakken etc. Daarnaast wordt het gebruik van laxeermiddelen en diureticagebruik en dieetpillen genoemd als afvalmethode. Diuretica staan echter op de dopinglijst. Dieetpillen werken in het algemeen niet, maar als afslankmiddelen werken bevatten ze vaak stimulantia en die staan ook op de dopinglijst.

Het kan tot eetproblemen leiden

Er zijn ook judoka’s die zelf braken opwekken om gewicht te verliezen. Nu is dit laatste niet geheel nieuw, want vijf jaar geleden meldde de Vlaamse judoka Gella Vandecavije in haar biografie ook dat de druk om in een bepaalde gewichtsklasse te kunnen uitkomen vanaf haar 14de jaar langzaam aan toenam. Ze begon in de categorie tot 43 kg en eindigde in de -63 kg. Rigoureuze methoden om gewicht te verliezen kunnen de gezondheid van de sporter schaden en dat is eigenlijk in strijd met de beginselen van het judo. Het hanteren van gewichtsklassen kan dit in de hand werken, maar waarom worden er eigenlijk gewichtsklassen gehanteerd.

Gewichtsklassen voor eerlijke sport

Het werken met gewichtsklassen en leeftijdsklassen maakt een sport eerlijker, doordat de verschillen die tot extra voordeel leiden voor sporters zoveel mogelijk worden geneutraliseerd. Nu valt er met de leeftijd doorgaans niet zoveel te smokkelen, maar sporters kunnen hun gewicht wel manipuleren, door te zorgen dat ze zo zwaar mogelijk zijn, of juist zo licht mogelijk. Binnen gevechtsporten denken sporters dat ze een grotere kans hebben om te winnen als ze hun gewicht handhaven aan de bovengrens van een bepaalde gewichtsklasse, omdat ze hun gewicht ook in kunnen zetten als kracht.

Vasthouden aan te lage gewichtsklasse remt groei

Het te lang blijven vasthouden aan een te lage gewichtsklasse leidt tot een verminderde prestatie, lichamelijke en mentale problemen bij de sporter. Het steeds afvallen kan verlies van spiermassa en minder kracht tot gevolg hebben. Ook kan de judoka vatbaarder worden voor ziekte door verzwakking van het afweersysteem. Daarnaast neemt de kans op blessures toe.
De verschillende manieren om de vochtinname te beperken of extra vocht te verliezen zorgen voor uitdroging, waardoor de sporter minder alert wordt. Dat kan ook de kans op blessures vergroten. Het volgen van strenge regimes voor gewichtsverlies veroorzaakt ook mentale klachten en een grotere vatbaarheid voor eetproblemen. Kortom het krampachtig vasthouden aan een te lage gewichtsklasse leidt tot lichamelijke problemen, een verminderde prestatie en het remt ook de sportieve groei van de sporter.

Ander beleid nodig

Nu zijn er in het verleden ook al voedingsrichtlijnen voor judoka's ontwikkeld om een gezonde manier van gewicht maken te bevorderen, maar dit onderzoek leert opnieuw dat er meer nodig is om dit beleid ook uit te voeren. Zo dienen kinderen gestimuleerd te worden om tijdig door te groeien naar een hogere gewichtsklasse. Daarnaast zijn ook aanpassing van het weegmoment gewenst en mogelijk ook kleinere spreiding in gewichtsklassen. Naast dit alles is een mentaliteitsverandering van judoka’s en begeleiders rondom deze sporters nodig om dit te realiseren. Voor iedere groep begeleiders is een aanpak op maat gewenst. Judoka’s moeten voeding als vriend ervaren en niet als vijand.

Topsportvrouw!

De onderzoeksresultaten van Jessica Gal en Karin de Bruin zijn in ook via deze link te lezen. Er is een keurig gedegen rapport afgeleverd dat nu ingezet moet worden om het judo te verbeteren, zodat Nederland blijft meetellen als judo-land. Rondom de presentatie van de onderzoeksresultaten vertelde Jessica Gal dat ze zelf ook tijdens haar actieve carrière aan een eetstoornis heeft geleden. Ze hoopt met deze bekentenis dat het taboe rondom eetstoornissen in het judo te doorbreken. Dit is een moedige zet van een topsportvrouw die bewondering afdwingt en die ouders en begeleiders voldoende moet motiveren en inspireren om een gezonde (top)sportomgeving te creëren voor “onze judoka’s” zodat judo wordt zoals het bedoeld is om te zijn.


Geplaatst door Anneke Palsma op 16 October 2014