Etiket zonder E-nummers?

Toevoegingen in het voedsel liggen vaak onder vuur, vooral als het om de E-nummers gaat. Onlangs werd voorgesteld om geen E-nummers op het etiket te vermelden omdat ze veilig zijn, maar bij de “kritische consument” roepen E-nummers gelijk associaties op met “kunstmatige chemische stoffen”. Is het verstandig om E-nummers niet meer te vermelden en hoe zit het dan met E-nummers en allergie?

Wat zijn E-nummers?

E-nummers zijn stoffen die “van nature” niet in een bepaald voedingsmiddel voorkomen en waarvan het gebruik in een voedingsmiddel binnen een bepaalde marge “veilig” is bevonden door de Europese Voedsel en Waren Autoriteit (EFSA). E-nummers kunnen toegevoegd worden om de smaak, kleur, geur, textuur, houdbaarheid etc. te verbeteren. Het voedingsmiddel krijgt dus een meer uitgesproken smaak en geur, mooiere kleur en wordt langer houdbaar. Natuurlijk zorgt de toevoeging van een enkel E-nummer niet voor al deze verbeteringen, maar zijn er combinaties van verschillende toevoegingen nodig om dit te bewerken. Een stof krijgt pas een E-nummer toegekend van de EFSA nadat deze uitvoerig is getest op schadelijkheid voor de mens. Hierbij wordt uitgegaan van de meest kwetsbare groepen zoals zwangere en lacterende vrouwen en kleine kinderen.  
E-nummers komen voornamelijk voor in kant-en-klare producten.

E-nummers ter discussie

Regelmatig duiken er alarmerende berichten op over de schadelijkheid van bepaalde E-nummers, zoals E621 (mononatriumglutamaat, MSG, Ve-tsin), E951 (Aspartaam) en de AZO-kleurstoffen. E621 wordt wel verantwoordelijk gehouden voor het zogenaamde Chinese restaurantsyndroom, maar een wetenschappelijk bewijs hiervoor is nooit gevonden. Aspartaam (E951) wordt gekoppeld aan allerlei aandoeningen, zoals kanker, multiple sclerose, maar ook hier zijn nooit harde bewijzen van gevonden. De gele AZO-kleurstof E102 (tartrazine) kan astmatische reacties veroorzaken en verergeren voor mensen die daarvoor gevoelig zijn.  

Natuurlijke E-nummers

Toch kunnen E-nummers ook gewoon “in de natuur” voorkomen en zelfs in het menselijk lichaam. Denk maar eens aan citroenzuur. Deze stof vind je bijvoorbeeld in citroenen en andere citrusvruchten, maar de mens maakt zelf ook citroenzuur aan in de eigen stofwisseling. Citroenzuur kan echter ook toegevoegd zijn aan voedingsmiddelen om een zure smaak te krijgen of om ze langer houdbaar te maken. De citroenzuur kan dan gewoon aangeduid worden als “citroenzuur”, maar ook als E330.
Een ander voorbeeld is E300 (ascorbinezuur), oftewel vitamine C. Deze stof kan de mens niet zelf aanmaken, maar moet met de voeding worden opgenomen. Vitamine C komt voornamelijk voor in groente en (citrus)fruit. Het wordt ook wel als conserveermiddel of voedingszuur aan voedingsmiddelen toegevoegd.

E-nummers wel of niet op het etiket?

Onlangs werd er door hoogleraar Fred Brouns voor gepleit om geen E-nummers meer op het etiket te vermelden, omdat deze stoffen veilig zijn. Hij vindt echter wel dat er een uitzondering gemaakt dient te worden voor E-nummers die een allergische reactie kunnen veroorzaken. Een opmerking op het etiket zoals “Vrij van E-nummers” kan de suggestie wekken dat E-nummers gevaarlijk zijn en is dus geen handig alternatief. Bovendien kan een overvloed van informatie op het etiket ertoe leiden dat de consument afhaakt bij het lezen ervan. Dat werkt dan contraproductief.
Volgens de Europese wetgeving die op 14 december dit jaar van kracht wordt voor de etikettering van voedingsmiddelen zijn leveranciers verplicht om de E-nummers op het etiket te vermelden (zie pag. 37). Zo kan de kritische consument er toch voor zorgen dat hij “grip houdt op de E-nummers” in zijn/haar voeding en omdat ook de leesbaarheid van het etiket wordt verbeterd kan de consument goed geïnformeerd worden over de samenstelling en de gebruiksaanwijzing van levensmiddelen.

E-nummers vermijden doe je zo

Uiteraard is het mogelijk om het gebruik van voedingsmiddelen met E-nummers zoveel mogelijk te beperken. Daar is zelfs een zeer eenvoudige richtlijn voor te geven die gemakkelijk in praktijk gebracht kan worden. Bovendien biedt dit advies zelfs handvatten om overgewicht tegen te gaan, omdat de inname van “lege calorieën” wordt tegengegaan.  Daarnaast zorgt het voor veel gezondheidsvoordelen doordat je meer vezels binnenkrijgt. Er zijn zelfs geen superfoods voor nodig, maar wie dat wil mag ze gerust gebruiken. Het advies is simpel, maar er is een goede beheersing van de kookkunst vereist. Het advies luidt namelijk: Kies vooral onbewerkte voedingsmiddelen en eet gevarieerd. Dat levert ook het voordeel op dat je altijd etiketten hebt zonder E-nummers.


Geplaatst door Anneke Palsma op 20 November 2014