Wanneer starten met supplementen?

Vaak wordt er geroepen dat de voeding niet volledig meer is. De gemiddelde Nederlander zou tekorten aan voedingsstoffen hebben waarvoor het dus nodig is om supplementen te slikken. Zijn deze gegevens echter wel goed onderbouwd? Om welke supplementen gaat het? Voor welke doelgroepen zijn supplementen zinvol? Hoe zit dat met sporters? Kan het kwaad om hoge doses te gebruiken?

Wat zijn supplementen?

Heel letterlijk vertaald betekend supplement: een toevoeging. Als het gaat om voedingssupplementen wordt daar volgens het Voedingssupplementenbesluit in de Warenwet het volgende onder verstaan:
1. een aanvulling op de normale voeding;
2. een geconcentreerde bron van een of meer microvoedingsstoffen of van andere stoffen met een voedingskundig of fysiologisch effect;
3. en verhandeld worden in voor inname bestemde afgemeten kleine eenheidshoeveelheden.
Het betreft hier microvoedingsstoffen, zoals vitamines en mineralen.
Ook op Europees niveau zijn er wettelijke regels vastgelegd voor voedingssupplementen en we hebben natuurlijk te maken met de regelgeving met betrekking tot voedingsclaims en gezondheidsclaims. Deze regels gelden sinds december 2012.

Voor wie worden er nu supplementen aangeraden?

Als we kijken naar de Richtlijnen Goede Voeding blijkt dat er niet zoveel leeftijdsgroepen zijn waarvoor de Gezondheidsraad aanraadt om extra voedingsstoffen in de vorm van supplementen te gebruiken. Zo zijn er adviezen gegeven voor de aanvulling van vitamine D (voor vrouwen boven de 50 jaar, mannen boven de 70 jaar, kinderen tot en met 4 jaar, mensen met een donkere huid en mensen met een getinte huid, en mensen die hun huid te weinig aan de zon blootstellen doordat ze deze bedekken of doordat ze te weinig buiten komen), foliumzuur (voor vrouwen met een kinderwens en gedurende de eerste maanden van de zwangerschap), vitamine K (voor kinderen tot 3 maanden oud die borstvoeding krijgen) en vitamine B12 (voor veganisten). Hierover valt meer te lezen op deze factsheet van het Voedingscentrum.  

Zijn er aanwijzingen voor tekorten op bevolkingsniveau?

Uit de laatste Voedselconsumptiepeiling van 2007-2010 (VCP) bleek dat er in het algemeen te weinig groente, fruit, vis en vezelrijke producten gebruikt werden. Ook werd gevonden dat vrouwen in de vruchtbare leeftijd te weinig ijzer binnenkregen. Daarnaast constateerden de onderzoekers voor een deel van de bevolking een lage inname van kalium en zink en magnesium en de vitamines B1, C en E, maar er zijn geen voedingsstatusonderzoeken uitgevoerd. Dat houdt in dat er op basis van de onderzoeksgegevens uit de VCP geen uitspraak gedaan kan worden of er ook sprake is van tekorten aan deze voedingsstoffen. In de aanbevelingen bij de VCP wordt gesteld dat er onderzoek verricht moet worden of er ook sprake is van tekorten in het lichaam.

Lage inname is te voorkomen met goede voeding

Een te lage inname van kalium is te voorkomen door voldoende groente en fruit te eten. Bronnen voor zink zijn vlees, kaas, graanproducten, noten en schaal- en schelpdieren. Magnesium komt vooral voor in graanproducten, groente en melk, melkproducten en vlees. Vitamine B1 is te vinden in graanproducten, peulvruchten  en aardappelen. De voornaamste leveranciers van vitamine C zijn groente en fruit. Vitamine E vindt je in zonnebloemolie, noten zaden en groenten en fruit. Kortom wie voldoende groente, fruit, vezelrijke producten en vis gebruikt redt het prima om voldoende kalium, magnesium, zink en de vitamines B1, C en E binnen te krijgen. En voor wie het idee heeft dat groente te weinig voedingsstoffen bevat raad ik aan om deze blog eens te lezen en lees dit rapport ook eens kritisch door.

Wanneer is suppletie dan echt nodig?

Naast de standaardadviezen voor voedingssuppletie is het gebruik van voedingssupplementen nodig als er aantoonbare tekorten zijn, bijvoorbeeld bij te lage concentraties van voedingsstoffen in het lichaam. Om dit aan te tonen is extra onderzoek nodig. Dat wordt doorgaans gericht ingezet als er sprake is van:
a. duidelijke ziekteverschijnselen zijn die op voedingstekorten wijzen;
b. medicijngebruik dat tot een verhoogde behoefte aan een of enkele voedingsstoffen leidt;
c. een lagere opname van een voedingsstof uit de voeding door darmafwijkingen of operaties waarbij een deel van de darmen is weggenomen;
d. onvoldoende opname van voedingsstoffen uit de voeding in het lichaam als gevolg van ziekte;
e. een verhoogde beheofte is aan een of meerdere voedingsstoffen door ziekte of levenswijze.
Of er extra onderzoek naar tekorten nodig is kan beoordeeld worden door de (sport)diëtist in samenwerking met de (sport)arts. Bij het gebruik van supplementen dienen te hoge doses worden vermeden, want waar weinig helpt is veel echt niet beter. Zo zijn er gevallen bekend van overdoses van vitamine B6.

Wanneer hebben sporters supplementen nodig?

Voor sporters is het afhankelijk van het type sport dat beoefend wordt en hoe intensief de sporter met zijn/haar sport bezig is en natuurlijk gelden daarbij ook de criteria die in de vorige alinea werden genoemd.
Daarnaast geldt dat voor sporters ook andere soorten supplementen, zoals probiotica, gezondheidsvoordelen of prestatie-verbeterende voordelen (bijvoorbeeld cafeïne of creatine) kunnen bieden. Daarbij geldt wel dat prestatieverbetering niet mag leiden tot gezondheidsschade of tot een dopingovertreding. Voor sporters die in aanmerking kunnen komen geldt dan ook dat zij supplementen dienen te gebruiken die aan de eisen voor het Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport voldoen.

Conclusie

De meeste mensen kunnen volstaan met normale voeding, als ze maar voldoende gezonde voedingsmiddelen in een goede onderlinge verhouding gebruiken. Naast de standaardadviezen voor suppletie zijn er niet zoveel mensen die extra supplementen nodig hebben.

Wil je hier meer over weten? Twijfel je of jij voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt met je voeding? Schroom dan niet, maar neem gerust eens contact op voor meer informatie.
N.B. Ik verkoop geen voedingssupplementen van specifieke merken maar ga er eerst van uit om met de basisvoedingsmiddelen te werken. Pas als dat niet toereikend blijkt wordt de mogelijkheid van hte toevoegen van suplementen besproken. Ik geef dan een advies aan welke eisen het gewenste supplement dient te voldoen en jij kiest zelf het merk wat jij wilt gebruiken.


Geplaatst door Anneke Palsma op 20 March 2015