Kinderen van de hongerwinter

Deze week herdenken we de tweede wereldoorlog en vieren we dat we 70 jaar in vrijheid leven. Dat de ouderen die deze tijd meemaakten eronder geleden hebben is bekend, maar kinderen die tijdens- en in het eerste half jaar na de hongerwinter in de grote steden werden geboren hebben nog steeds last van de gevolgen van de honger die hun moeders hebben geleden. Wat kunnen we nu met deze kennis?

Foetus krijgt niet altijd genoeg

Vroeger werd altijd geroepen dat een zwangere vrouw zich geen zorgen hoefde te maken over haar baby, als ze zelf niet voldoende at of binnen kon houden. Onderzoek heeft echter geleerd dat de foetus wel schade ondervindt als de moeder onvoldoende voedingsstoffen binnenkrijgt tijdens de zwangerschap. Doordat er tekorten in de voeding zijn kunnen de organen van de foetus zich onvoldoende ontwikkelen. Het kind heeft daardoor op latere leeftijd eerder kans op overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten, Het is daarom belangrijk voor de ontwikkeling van een kind dat de moeder voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt.

Hoe is dit ontdekt?

In de jaren tachtig ontdekte David Barker dat er in de armere delen van Engeland en Wales meer mensen overleden aan beroertes dan in andere delen van Engeland. Bij het bestuderen van de medische dossiers viel hem op dat de meeste mensen in de mijnstreek ook een lager geboortegewicht hadden dan in andere regio’s. Dit bracht hem op het spoor om een verband te leggen met het lagere geboortegewicht en de grotere kans op een beroerte en hart- en vaatziekten. Een lager geboortegewicht leek erop te duiden dat het kind tekorten aan bouwstoffen heeft opgelopen tijdens de zwangerschap. Om na te gaan of dit klopte werden meerdere onderzoeken gestart naar de invloed van voeding tijdens de zwangerschap op de ontwikkeling van het kind.

Hongerwinteronderzoek in Nederland

In de jaren negentig van de vorige eeuw werd gekeken of dergelijke effecten van voedingstekorten tijdens de zwangerschap ook aantoonbaar zijn bij andere groepen mensen. Nu bleek in het begin van de negentiger jaren dat er in de archieven van het oude Wilhelmina gasthuis te Amsterdam bijna complete dossiers te vinden waren van vrouwen die in 1944 en 1945 in dit ziekenhuis zijn bevallen. Naar aanleiding van de bevindingen van Barker werd het idee van een onderzoek naar deze kinderen van de hongerwinter in de laatste jaren van de vorige eeuw uitgevoerd door Tessa Roseboom. Dit leverde de unieke mogelijkheid om de gezondheidstoestand van een grote groep mensen waarvan de moeder tijdens de zwangerschap te weinig voedsel kreeg te vergelijken met kinderen waarvan de moeder zich tijdens de zwangerschap wel voldoende kon eten. De kinderen van de hongerwinter werden daarvoor vergeleken met kinderen die net voor en in 1946 en 1947 ook in Amsterdam waren geboren. Het lukte wonderwel om heel veel van deze kinderen op te sporen.   

Kinderen uit hongerwinter vaker ziek

Tijdens de hongerwinter was de kindersterfte hoger dan normaal als gevolg van ondervoeding. Kinderen die tijdens de hongerwinter werden geboren hadden een lager geboortegewicht dan de kinderen die net voor of in 1946 en 1947 waren geboren. Tijdens het onderzoek van Roseboom bleek dat 1 op de 10 kinderen uit de hongerwinter in 1994 al was overleden. De kinderen die tijdens de hongerwinter en net na de hongerwinter werden geboren hebben op volwassen leeftijd vaker last van overgewicht, diabetes, hart- en vaatziekten, longziekten zoals astma en  borstkanker (vrouwen). Ook zijn deze kinderen op volwassen leeftijd vaker depressief en/of hebben last van angststoornissen. Ze zijn veel gevoeliger voor stress.
Ook hebben kinderen uit de hongerwinter als ze ouder zijn vaker voorkeuren voor vette voedingsmiddelen dan de controlegroep, maar ze hadden tijdens het onderzoek geen hogere energie-inname (Calorieëninname) dan de controlegroep. Tessa schreef er een mooi toegankelijk boek over met de passende titel Baby’s van de hongerwinter.

Wat kunnen we hiervan leren?

Ondervoeding in de baarmoeder heeft levenslange gevolgen. Dat geldt niet alleen voor de mensen die in de hongerwinter zijn geboren of verwekt, maar ook voor kinderen die worden verwekt in gebieden waar honger is en bij kinderen die vlak voor vastenperiodes, zoals de Ramadan, worden verwekt. Zwangere vrouwen zijn vrijgesteld van het vasten tijdens de Ramadan volgens de geloofsregels van de Islam, maar een vrouw die (nog) niet weet dat ze in verwachting is kan toch gaan vasten en zo haar ongeboren kind tekort doen.
Ook kan het de verklaring zijn waarom mensen waarvan de voorouders uit India afkomstig zijn, zoals Hindostanen, vaker overgewicht en diabetes hebben. Kortom het is belangrijk om gelijk al voor de geboorte te investeren in voldoende goede voeding voor iedereen. Dat dit nog steeds nodig is blijkt uit dit artikel en dit onderzoek.

Een goed begin

Vrijheid moeten we koesteren. Voldoende voedsel van een goede kwaliteit voor iedereen is een basisnoodzaak. Het is treurig dat we 70 jaar na de bevrijding voedselbanken hebben in Nederland en dat de tweedeling tussen rijk en arm toeneemt als gevolg van groter wordende inkomensverschillen. Steeds meer mensen lijken gevangen te worden in armoede.
Vrijheid kan alleen bestaan bij het respect voor een ander, zo leerde Anne van der Meiden ons al in zijn vrijheidsrede in 2002. Respect voor een ander omvat ook een eerlijke verdeling van middelen en mogelijkheden, zoals voedsel wat ook al eerder is bepleit in een serious request. Voor de gezondheid van ieder mens geldt van af de prilste start: Een goed begin is het halve werk.


Geplaatst door Anneke Palsma op 30 April 2015