(Koel)water tijdens de Tour

Op 4 juli viod er een zeer warme start van de Tour de France plaats in ons doorgaans koele kikkerland. Drie dagen voor de start noteerde de thermometer in onze achtertuin 35,5⁰C. Mensen die niet actief zijn hebben dan al extra vocht nodig. Buitensporters spannen zich in en moeten dan nog meer (koel)water drinken. Hoeveel drinken wielrenners die aan de Tour de France meedoen?

Invloed klimaat op vochtbehoefte

Dat het bij warm weer voor iedereen raadzaam is om meer te drinken om het lichaam goed te koelen is logisch. Toch zijn er nog meer factoren in het weer, klimaat en landschap die invloed hebben op de vochtbehoefte. Nederland heeft een zeeklimaat met een redelijk hoge luchtvochtigheid. Daardoor voelt een hoge temperatuur al snel als erg warm en benauwd. Dat maakt ook dat het lichaam meer vocht nodig heeft om te voorkomen dat de kerntemperatuur te hoog wordt. In Frankrijk zelf zijn er globaal gezien drie verschillende klimaattypen waar de renners mee te maken hebben, namelijk zeeklimaat, landklimaat en Mediterraan klimaat. Voor alle soorten klimaat geldt dat renners bij koeler weer een lagere vochtbehoefte hebben, maar gemiddeld gebruikt een Tour de Francerenner algauw 1,5 liter vocht per uur. Toch kan dit per etappe enorm verschillen.

Bergje op en bergje af

In een bergetappe kan het energiegebruik sterk wisselen. Het klimmen kost veel energie en er is veel vocht nodig om de kerntemperatuur van het lichaam niet te veel te laten stijgen. Nu neemt de temperatuur wel af naarmate er hoger geklommen wordt, maar het klimmen vergt een enorme inspanning. Ook kan het Franse weer voor verrassingen zorgen en de Tourdeelnemers kunnen hoog in de bergen soms geplaagd worden door sneeuw! Tijdens het afdalen worden zeer hoge snelheden gehaald en dat gaat dan gepaard met een behoorlijke afkoeling van het lichaam. De behoefte aan vocht wisselt sterk op de verschillende delen van de bergetappes, maar de gemiddelde vochtbehoefte is hoger dan bij een vlakke etappe, omdat er meer kracht (lees: energie) geleverd wordt.
De behoefte aan drinken kan per bergetappe variëren door temperatuur, de lengte van de verschillende cols en de stijgingspercentages waarmee afgerekend dient te worden.

Wind mee of tegenwind

Het maakt qua energiegebruik nogal een verschil of je wind mee of wind tegen hebt. Dat kun je zelfs in theorie ervaren bij het kaartspelletje Stap Op. Bij tegenwind kost het meer energie om snelheid te maken en een afstand af te leggen dan bij wind mee. In de bergen zorgt wind mee bij een beklimming dat het voor de renner minder energie kost, maar wind tegen heeft ook een groter effect op de energie die door de renner geleverd moet worden dan bij het rijden van een vlakke etappe. Ook de temperatuur speelt hier weer een belangrijke rol. Door de wind merkt een coureur minder snel dat hij vocht verliest, omdat de wind voor een snelle verdamping van het afgevoerd vocht zorgt. Daarnaast kan de vochtbehoefte tussen renners onderling behoorlijk verschillen.   

Tijdsduur etappes

De gemiddelde afstand per etappe verschilt. De Tour bestaat uit vlakke etappes, bergetappes en wordt een paar keer een tijdrit verreden. De tijdrit duurt gemiddeld een uur en er wordt dan met een continue hoge inspanning gereden. Een bergetappe duurt ongeveer 5-6 uur en er wordt een matig tot hoge inspanning geleverd. Het energiegebruik van de wielrenner is dan hoog.
Een vlakke etappe duurt ongeveer 4-5 uur en kost naar verhouding minder energie. De vochtbehoefte voor een wielrenner is dus het hoogst tijdens een bergetappe. Bij een vlakke etappe ligt de vochtbehoefte per uur lager dan bij de bergetappes. Omdat een tijdrit meestal ongeveer een uur duurt kan een renner volstaan met vooraf voldoende te drinken. Na de tijdrit dient er voor het herstel van de vochtbalans ruim 1,5 keer zoveel te drinken als er aan gewicht is verloren tijdens de inspanning.

Waterdragers

Wie regelmatig naar de grote meerdaagse wielerrondes kijkt heeft vast wel eens beelden gezien van een renner die meerdere bidons in zijn shirt stopt. Deze knecht zorgt ervoor dat de kopman wel voldoende van vocht wordt voorzien, zonder de extra kilo’s mee te dragen. Waterdragers leveren dus behoorlijk wat energie en dienen ook goed voor zichtzelf te zorgen om hun kopman gedurende de drie weken op tijd van vocht te kunnen voorzien.

Vocht aannemen langs de route?

Nu lijkt het een aardig initiatief om renners dan onderweg vocht aan te bieden om te voorkomen dat ze te weinig drinken. Toch zal de renner dit niet accepteren, omdat hij niet weet wat er in het flesje zit. Bidons die vanuit de volgauto van de eigen ploeg worden aangereikt bevatten een sportdrank die door de kok/verzorger/voedingskundige van het team is bereid. Daarvan mag aangenomen worden dat deze alleen toegestane stoffen bevat en een samenstelling heeft die afgestemd is op de wielrenner waarvoor deze wordt meegenomen.

Herstel vochtbalans tijdens de rust

Tijdens de rusttijden wordt er ingezet op het herstel van de vochtbalans. Gelijk na de etappe wordt er al vocht en voeding aangeboden om het herstel van de vochtbalans, het spierweefsel en de brandstofvoorraad te bevorderen. Dit gebeurt meestal al als de renners onderweg zijn van de finish naar het hotel waar de overnachting is geboekt. Bij de avondmaaltijd, bij het ontbijt en tijdens de reis naar het startpunt wordt er ook al veel gedronken om de vochtbalans zo goed mogelijk op peil te houden. Ook op de rustdagen wordt er ingezet op herstel van de vochtvoorraad, spierweefsel en de brandstofvoorraden.
Gemiddeld drinkt een renner dus al gauw meer dan 10 liter vocht per dag. Omdat hij veel van zijn lijf vraagt is het logisch dat er hoge eisen gesteld worden aan de samenstelling van het vocht, maar daarover volgt later meer.


Geplaatst door Anneke Palsma op 2 July 2015