Olympische (in)activiteit

Als de statistische berekeningen kloppen zou Nederland een behoorlijk aantal medailles kunnen scoren op de komende Olympische Spelen. Nu is de medailleoogst niet direct het belangrijkste als het om gezondheid gaat. Aandacht voor sport zou moeten leiden tot meer sporten en minder gezondheidsklachten. In de topsport lijkt het goed te gaan, maar er is nog veel meer mogelijk.

Medaillekansen hoog houden

Naast voeding is ook activiteit een belangrijke factor voor het behoud van een goede gezondheid. Het gaat dan niet alleen om langer leven, maar om meer jaren in een goede gezondheid door te brengen. Met andere woorden de levensverlenging vindt niet zozeer aan het einde plaats, maar er komen meer levensjaren bij die in een goede gezondheid doorgebracht worden. Uit verschillende onderzoeken blijkt namelijk dat lichamelijke activiteit kan bijdragen aan een vermindering van fysieke en psychische klachten. Om mensen meer in de gelegenheid (lees verleiding) te brengen voor gezond bewegen is een omslag in het denken en vooral het doen nodig.

Huidige situatie en hoe was het vier jaar geleden?

Vorige week meldden onderzoekers in het prestigieuze medische tijdschrift The Lancet dat er jaarlijks op mondiaal niveau meer dan $ 67 miljoen (ongeveer € 60 miljoen) verloren gaat door inactiviteit. Dat geld moet worden opgehoest voor gezondheidszorg en voor arbeidsverzuim als gevolg van hart- en vaatziekten, diabetes, beroertes, bepaalde vormen van kanker, klachten van het bewegingsapparaat en psychische problemen. Wat een grote hoeveelheid aan menselijk leed…
Vier jaar geleden meldden onderzoekers een maand voor de start van de Olympische Spelen in Londen in The Lancet dat er jaarlijks 5,3 miljoen mensen sterven door inactiviteit. Volgens een berekening op het Nationaal Kompas Volksgezondheid van het Rijks Instituut Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gaat het in Nederland om 8000 doden per jaar en dan hebben we het nog niet eens over alle mensen die ziek worden door inactiviteit en al het leed dat daarmee gepaard gaat.

Verbeteringen die al bereikt zijn

Toch meldden onderzoekers dat er nu in meer landen gekeken wordt hoe actief de bevolking is. Hoewel 80% van de landen bezig is met beleid om mensen actiever te krijgen doet slechts 56% daadwerkelijk wat met deze plannen. In onderwijstermen zou zo’n cijfer net afgerond worden naar een zes, oftewel een zeer krappe voldoende. Vooral de landen met een laag en gemiddeld inkomen kunnen zich nog verbeteren in het monitoren en bevorderen van lichamelijke activiteit. Nu leidt het monitoren nog niet direct tot een actievere bevolking, maar als je weet hoe groot het probleem is kun je betere doelstellingen formuleren om tot een oplossing te komen. Gelukkig wordt meer nagedacht over manieren om mensen “in beweging” te krijgen, maar er is nog veel te winnen.

Een betere houding nodig

In Nederland is de inactiviteit ook al op jonge leeftijd een probleem. Afgelopen week meldde het actualiteitenprogramma EenVandaag dat fysiotherapeuten de alarmklok luiden vanwege het toenemende aantal nek- en rugklachten bij de generatie die na 1995 is geboren. De fysiotherapeute die in de uitzending werd geïnterviewd geeft aan dat niet ingrijpen leidt tot veel vroeger optredende arbeidsongeschiktheid door vergroeiingen van de wervelkolom als gevolg van veelvuldig gebruik van tablet en smartphone.
Vier jaar geleden was één van de doelstellingen van het Olympisch Plan 2028 dat in 2016 tenminste 75% van de Nederlanders aan een sport zou deelnemen. In oktober van datzelfde jaar werd er echter een regeerakkoord (zie pag 24) gesloten door de VVD en PvdA waarin geen ruimte was voor het Olympisch Plan 2028. Vanaf oktober 2012 lag het Olympisch Plan stof te verzamelen en het Olympisch Vuur werd gereduceerd tot een miniem waakvlammetje.
Volgens een peiling van NOC*NSF sportte 59% van de Nederlanders tussen 5 en 80 jaar 1 x per week. De minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport riep kort geleden op om de Olympische Spelen naar Nederland te halen, maar dat lijkt eerder verkiezingsretoriek. Als ze ècht de winst van een Olympisch Plan had willen binnenhalen had ze zich hier eerder voor moeten inzetten. Dat had mogelijk tot grote besparingen op zorgkosten in de toekomst kunnen leiden, zoals uit het voorgaande blijkt.
Om de Nederlander meer in beweging te krijgen is een betere houding nodig van de burger zelf, maar ook van de overheid!

Meer samenwerking nodig voor meer activiteit

In de laatste jaren is het steeds duidelijker geworden dat “sitting is killing”, oftewel “zitten is het nieuwe roken”. Tijd dus voor actie! In hetzelfde themanummer van de Lancet van vorige week wordt daarom ook geopperd dat er een multidisciplinaire aanpak nodig is waarbij ook rekening gehouden moet worden met verschillende culturele aspecten rondom sport en bewegen.
Zo is in het plan onderwijs 2032 aandacht voor sport en bewegen in het onderwijs op allerlei niveau, maar waarom wachten tot 2032 als er vandaag al veranderingen gemaakt kunnen worden?
Gelukkig zijn er al veel plaatsen waar serieus actie wordt ondernomen om mensen van alle leeftijden te verleiden tot fysieke activiteit. Een mooi voorbeeld daarvan is de pianotrap op het Rotterdam Centraal Station.  

En de link naar Rio

Meer bewegen leidt tot een betere gezondheid en dat draagt niet alleen bij aan economie (waar politici in geïnteresseerd zijn) maar ook aan levensgeluk (belangrijk voor iedereen). Hopelijk boekt het Team NL veel successen en spat het plezier er zo vanaf dat het sporten aanstekelijk werkt. Heel veel actief plezier naar aanleiding van de Olympische Spelen. Wellicht biedt dit ook inspiratie.


Geplaatst door Anneke Palsma op 4 August 2016