Remt intensieve training lengtegroei?

Ook zo genoten van de GOUDEN balkoefening van Sanne Wever? En dan hebben we de oefening van Epke nog tegoed. Het is een aantal jaren geleden dat er naar aanleiding van een onderzoek bij de internationale gymnastiekfederatie werd geroepen dat turners kleiner zijn dan andere mensen door de intensieve training. Maar was dat ook wat er in het bewuste onderzoek werd gevonden?

Training van invloed op lengte?

Het lijkt net alsof turnsters vaak kleiner zijn dan de gemiddeld man of vrouw van hun leeftijd. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar toch… Er is wel gesuggereerd dat dit te maken heeft met het vele trainen dat al op jonge leeftijd aanvangt. In De Volkskrant van 3 oktober 2013 werd beweerd dat de trainingsarbeid van turners niet leidt tot een verminderde lengtegroei, maar het is altijd de vraag of een krant wel de juiste onderzoeksconclusie weergeeft in hun artikel. In onderzoek dat in opdracht van de internationale gymnastiek federatie, de Fédération Internationale de Gymnastique (FIG), is uitgevoerd wordt de conclusie uit het krantenbericht niet bevestigd. In deze studie zijn echter alleen gegevens van turnjongeren gebruikt die al op topniveau acteerden en waarschijnlijk al vanaf jonge leeftijd gewend waren aan intensieve trainingen. Er zijn alleen metingen uitgevoerd nadat de turners al enkele jaren van intensieve training achter de rug hebben. Het effect van de trainingen op de lichaamsgroei is dan niet te meten, omdat er geen metingen voor de aanvang van de jaren met intensieve trainingsarbeid zijn uitgevoerd. Ook zijn de groeicurves van deze sporters niet vergeleken met een vergelijkbare groep mensen met dezelfde aanleg voor lengtegroei, maar die minder actief zijn.
Kortom dit onderzoek lijkt geen bewijs te leveren voor de stelling dat intensieve trainingsarbeid leidt tot een verminderde lengtegroei.

Voedingsgewoonten van invloed?

Ook wordt er dit onderzoek niets vermeld over de voedingsgewoonten van de gymnasten, terwijl dat ook een bepalende factor is voor de uiteindelijke lichaamslengte. In enkele onderzoeken die in het overzichtsartikel van Malina zijn bestudeerd wordt wel gemeld dat er wel een te lage energie-inname werd gevonden bij jonge vrouwelijke turners. Ook werd gevonden dat de turnsters vaker een te laag gewicht hadden in relatie tot hun lengte. Omdat de voedingsgegevens niet accuraat zijn concludeert Malina dat er op dit punt meer onderzoek nodig is.
Omdat turnen een esthetische sport is zijn turners ook vatbaarder voor het krijgen van een eetstoornis, zo blijkt uit onderzoek. Ook het FIG is zich hier van bewust en heeft dan ook in 2011 een handleiding gewichtsmanagement en voeding voor turners geschreven. In Nederland kunnen topsporters hier meer informatie vinden over eetstoornissen in de sport en waar ze begeleiding kunnen krijgen.  

Natuurlijke selectie?

Het kan echter ook zo zijn dat mensen die van nature niet groot zijn veel sneller herkend worden als turntalent. Iemand die kleiner is dan 1,65 m heeft minder ruimte nodig voor acrobatische oefeningen (brug, ringen, rekstok of sprongoefeningen) doordat zijn lichaam een minder grote amplitude maakt. Daardoor kunnen mensen die niet zo groot zijn gemakkelijker turnoefeningen uitvoeren dan langere mensen. Omdat er voor de meeste turnoefeningen veel kracht nodig is, vormt krachttraining een wezenlijk onderdeel van het trainingsprogramma van deze sporters. Krachttraining leidt tot een strakker lijf met meer spierweefsel en minder vet. Spieren hebben een hoger soortelijk gewicht dan vet. Dat betekent dat 1 kg spieren minder ruimte inneemt dan 1 kg vet. Door de krachttraining hebben turners die in vorm zijn een strak lijf en ze wegen zwaarder dan je doorgaans zou verwachten. De grotere spiermassa zorgt er daardoor ook voor dat de turner een hogere body mass index (BMI) heeft. Het gewicht alleen is dan ook geen goede graadmeter voor de lichaamssamenstelling van een turner, maar dat geldt ook voor andere sporters en ook voor mensen die door hun beroep of hobby lichamelijk heel actief zijn.

Wat is dan raadzaam?

Voor het monitoren van de lichaamssamenstelling van turners is het dan aan te bevelen om naast gewicht en lengtegroei ook de lichaamsbouw en lichaamssamenstelling in kaart te brengen en de ontwikkelingen daarin te blijven volgen. Op geleide daarvan en de mogelijkheden van de gymnast zelf is het dan mogelijk om een voedingsschema op te stellen dat zo optimaal mogelijk is afgestemd op de persoonlijke leefsituatie van de sporter.
In eerste instantie wordt bij de voeding uitgegaan van de Schijf van Vijf, maar voor sporters geldt dan dat er meer van de verschillende voedingsmiddelen worden geadviseerd omdat ze een grotere lichamelijke inspanning leveren. Het gebruik van voedingssupplementen wordt pas overwogen als blijkt dat de sporter onvoldoende voedingsstoffen uit deze voeding haalt. Als dan ook nog blijkt dat de turner in aanmerking zou kunnen komen voor dopingcontroles geldt dan natuurlijk ook dat een voedingssupplement ook nog moet voldoen aan de eisen van het Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport.


Geplaatst door Anneke Palsma op 16 August 2016