Van richtlijn naar persoonlijk sportvoedingsadvies

Wat heeft een individuele sporter nu eigenlijk aan richtlijnen en protocollen als het gaat om een persoonlijk aangepast sportvoedingsadvies? Hoe wordt er in de sportdiëtetiek omgegaan met trainingsschema’s, persoonlijke omstandigheden en smaakwensen van een sporter? En hoe zit het met persoonlijk aangepaste adviezen voor andere doelgroepen die gebruik maken van voedings- en dieetzorg?

Welke informatie is er nodig om een persoonlijk sportvoedingsadvies te geven?

Allereerst wordt er gekeken wat de sporter wil bereiken met zijn/haar voeding. Daarnaast dient er een aantal vragen te worden beantwoordt. Het gaat dan om het in kaart brengen van het type sport dat wordt beoefend, specifieke trainingsdoelen, wedstrijd en trainingsschema, andere dagelijkse bezigheden (school/werk/hobby’s), woonsituatie, (ervaren) gezondheid en gebruik medicijnen, zelfzorgmiddelen en voedingssupplementen en andere factoren die invloed hebben op de eetgewoonten en de gezondheid. Voor veel bezoekers van een (sport)diëtist lijken vragen over de woon- en leefsituatie een vorm van nieuwsgierigheid, maar juist deze factoren hebben sterke invloed op hoe er gegeten en gedronken wordt. Het maakt nogal wat verschil of je alleenstaand bent of deel uitmaakt van een gezin met kleine kinderen of dat je juist mantelzorger bent voor een ernstig zieke. En medicijnen kunnen invloed hebben op de voedingstoestand van de gebruiker, doordat er kans is op een verhoogde behoefte aan een bepaalde voedingsstof, maar het kan ook wijzen op het niet kunnen verdragen van een voedingsmiddel, omdat dat tot ongewenste bijwerkingen van de medicijnen kan leiden. En bekend voorbeeld hiervan is de combinatie van grapefruit met bepaalde middelen tegen allergie.
Uiteraard zijn lengte, gewicht, vetpercentage en lichaamsbouw dan ook belangrijke gegevens die verzameld worden.

In kaart brengen van persoonlijke voedingswensen

Verder wordt er nagegaan wat de sporter zelf eigenlijk verwacht van het voedingsadvies en eventueel wat hij/zij ervoor wil laten of juist wil doen. Aan de hand hiervan kan de diëtist inzicht krijgen in mogelijkheden en belemmeringen die invloed kunnen hebben om het gewenste resultaat te bereiken. Vervolgens wordt de voedingsgewoonte uitgevraagd. Dat kan door het uitvragen wat er op de dag voorafgaand aan het bezoek van de diëtist is gegeten en gedronken en hoe laat dat de maaltijden hebben plaatsgevonden. Ook wordt er nagevraagd of er in het weekend anders wordt gegeten dan door de week. De ervaring leert dat mensen die zich nooit echt bewust hebben verdiept in hun voeding het vaak moeilijk vinden om op te noemen wat en hoeveel ze eten en drinken. In dat geval wordt er ook wel eens gevraagd om een voedingsdagboekje bij te houden. Voor de meeste mensen is dat erg confronterend om alles op te schrijven wat er gegeten en gedronken wordt, maar het geeft gelijk wel inzicht in mogelijkheden en knelpunten om het gewenste doel te bereiken.

Het nut van een algemene richtlijn

Op het moment dat alle gegevens over de persoonlijke omstandigheden en voedingsgewoonte verzameld zijn wordt er in overleg met de sporter een voedingsplan opgesteld. Hierbij gaat de sportdiëtist uit van de Schijf van Vijf én ze houdt rekening met de algemene richtlijnen voor de verschillende typen trainingsarbeid die verricht worden. Deze richtlijnen zijn opgesteld op basis van  wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van voeding op sportprestaties. Hierbij wordt er bij voorkeur uitgegaan van het meest sterke bewijs dat iets wel of niet werkt. Helaas zijn daarbij ook veel onzekerheden en dat leidt ertoe dat richtlijnen regelmatig worden geactualiseerd om de allernieuwste wetenschappelijke bevindingen erin te verwerken. Je kunt zo’n algemene richtlijn vergelijken met een wegenkaart die globaal aangeeft hoe je van A naar B kunt rijden. De wegenkaart (algemene richtlijn) wordt regelmatig aangepast omdat er nieuwe wegen aangelegd zijn, maar aanpassing aan de individuele sporter blijft nodig en zoals het aloude spreekwoord luidt: er zijn vele wegen die naar Rome leiden.

Van algemene richtlijn naar individueel voedingsadvies

Nu is het heel gemakkelijk om vanuit een richtlijn een lijstje met een voorbeelddagmenu op te stellen, maar zo werkt dat niet in de praktijk. Nadat alle gegevens van de sporter zijn genoteerd gaat de sportdiëtist samen met de sporter aan de slag om een voedingsadvies samen te stellen: De sportdiëtist kijkt eerst wat de sporter zelf al aan kennis heeft verzameld over voeding in relatie tot zijn/haar sport om te bepalen waar er aanvullende informatie nodig is. Uiteraard bepaalt de sporter zelf uiteindelijke bepaalt welke informatie hij/zij wil hebben en wat hij/zij ermee doet. Vaak verloopt dat heel spontaan doordat een sporter tijdens het bespreken van de voeding al aangeeft welke vragen hij/zij heeft en wat zijn/haar overtuigingen zijn over een gezonde sportvoeding. Deze handvatten worden door sporter en diëtist gebruikt om de voeding te optimaliseren. De diëtist vertaalt dan de behoefte in voedingsstoffen in bruikbare voedingsmiddelen en bereidingswijzen waarbij ze steeds bij de sporter nagaat of deze de voedingsmiddelen en de bijbehorende gerechten ook echt lekker vindt. Het is belangrijk dat de sporter de diëtist goed informeert over zijn/haar smaakvoorkeuren en tegenzinnen. Het succes van het sportvoedingsadvies staat of valt natuurlijk wel bij de mate waarin de sporter in staat is om het voedingsadvies op te volgen én bereid is om veranderingen in zijn/haar voeding aan te brengen.

En de protocollen?

Die worden gebruikt om de volgorde van handelen goed te bewaken, zodat alle onderdelen die nodig zijn om een goed passend sportvoedingsadvies op te stellen ook echt worden nagelopen. Je kunt het protocol zien als een soort checklist waarin de diëtist allerlei onderdelen afstreept om de sporter te helpen voor het behalen van een zo hoog mogelijk resultaat.
Zo kan het ook gewenst zijn om een aantal vervolggesprekken in te plannen om na te gaan of het doel nog steeds haalbaar is, of dat er het een en ander gewijzigd dient te worden in het voedingsschema voor het bereiken van het gewenste resultaat.

Tips voor smakelijke gerechten voor sporters en anderen

Eten is niet alleen functioneel voor het lichaam als een machine, maar omvat ook het samen genieten van lekkere smaken. Ook in de sport wordt dat steeds meer gemeengoed. Daarom worden er vaak ook kookboeken aangeraden voor sporters en eventueel andere naslagwerken en er wordt persoonlijk aangepaste informatie meegegeven. Een paar tips die de moeite waard zijn om aan de Sint of Kerstman te vragen zijn Goud op je bord, de Sportvoedingsatlas, Culinaire Tour en het Hardloperskookboek. In deze boeken zijn gerechten te vinden die duidelijk aantonen dat gezond heel erg lekker kan zijn.

Eet smakelijk!


Geplaatst door Anneke Palsma op 1 December 2016