Meer aandacht nodig voor basisvoeding sporters

Dat zeggen “we” al langer, maar nu is er ook een wetenschappelijke onderbouwing voor de (top)sporters in Nederland. Er is nog veel te winnen door een betere inname van alle voedingsstoffen in de basisvoeding. Supplementen zijn nu vaak nodig door een gebrekkige basisvoeding, maar daarmee wordt wel een risico genomen. Wat is er gevonden in het onderzoek en wat betekent dat voor de praktijk?

Hoe is de voedingsstoffeninname van sporters?

Uit Nederlands promotieonderzoek van sportdiëtist en voedingswetenschapper Floris Wardenaar komt naar voren dat het merendeel van de ondervraagde sporters ongeveer 3-5 g koolhydraten/kg lichaamsgewicht innemen. Ze gebruikten ongeveer 1,2 g eiwit/kg lichaamsgewicht. De algemene aanbeveling voor burgers die niet aan intensieve sportbeoefening doen luidt 0,8 g eiwit/kg lichaamsgewicht en voor koolhydraten ligt het advies op 2,9 g koolhydraten/kg lichaamsgewicht. Voor duursporters luidt het advies voor eiwit om 1,2-1,7 g/kg lichaamsgewicht- en voor krachtsporters licht het advies op 1,6-2,0 g eiwit/kg lichaamsgewicht te gebruiken. De aanbevelingen voor koolhydraten verschillen per sporttak en bestrijkt een marge van 3-12 g/kg lichaamsgewicht. De koolhydraatbehoefte neemt toe naarmate de activiteit langer duurt en de intensiteit hoger is.
Met betrekking tot de micronutriënten geldt dat er een lage inname was van vitamine D. Sporters die daarnaast geen voedingssupplementen gebruikten hadden ook een grotere kans op een te lage inname van vitamine B1, B2, B3, Vitamine C en vitamine A. Bij vrouwen bleek de ijzerinname ook aan de lage kant te zijn.

Bronnen van deze voedingsstoffen

Eiwitten komen vooral voor in vlees, zuivelproducten, peulvruchten, noten en in een beperkte mate ook in granen. De belangrijkste bronnen van koolhydraten zijn graanproducten, peulvruchten, fruit en aardappelen. Vitamine D wordt geleverd door vette vis, boter, margarine en halvarine en je kunt het zelf aanmaken in de huid onder invloed van zon. Maar doordat we in Nederland op een hoge latitude leven kan dat wel eens problemen opleveren. Daarnaast geldt ook dat sporters een voordeel kunnen hebben om naar een lichaamssamenstelling te streven waarbij er geen grammetje vet(reserve) teveel meegenomen wordt. Ook speelt het veelvuldig beoefenen van binnensporten een rol bij het ontwikkelen van een te lage vitamine D-concentratie in het lichaam.
Vitamine B1 komt voor in graanproducten, peulvruchten en noten en de belangrijkste bronnen van vitamine B2 zijn de zuivelproducten. B3 oftewel niacine wordt geleverd door graanproducten, peulvruchten en groenten. Vitamine A komt voornamelijk voor in lever, maar het provitamine A vind je ook in geel en rood gekleurde groenten en fruit. Vitamine C komt voor in groente en fruit. Kortom de lage innames van de voedingsstoffen zijn voor een groot deel op te lossen met verbeteringen in de basisvoeding.

Voedingssupplementen alleen niet voldoende

Uit het onderzoek van Wardenaar blijkt verder dat 60-98% van de sporters voedingssupplementen en sportvoedingspreparaten gebruiken. De scores variëren en dat heeft te maken met de manier waarop dit uitgevraagd is. Bovendien meldden de sporters dat ze de sportvoedingspreparaten (gels, shakes, repen) en sportvoedingssupplementen (vitamine- en mineralenpreparaten en ergogene middelen) niet dagelijks gebruiken.
Juist door de onregelmatigheid in inname en een basisvoeding die niet in overeenstemming is met de aanbevelingen voor sporters lopen ze een grotere kans op voedingsstoffentekorten en dat kan leiden tot gezondheidsschade en uiteraard ook tot een minder goede sportprestatie.

Voedingssupplementen en risico op positieve dopingtest

Daarnaast kleeft er aan het gebruik van voedingssupplementen ook het risico op een dopingovertreding als de sporter in aanmerking komt voor dopingcontroles. En laat dat nou net gelden voor alle wedstrijdsporters met een NOC-status. Voor hen geldt sowieso het advies om eerst na te gaan of het gebruik van een supplement echt nodig is. Als dat echt het geval is, is het dringende advies om vooral een supplement te kiezen die voldoet aan de richtlijnen van het Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport
Daarnaast geldt voor ergogene supplementen dat het raadzaam is om echt na te gaan hoe sterk de wetenschappelijke onderbouwing is voor een bewezen werking. Het zou zonde zijn als een sporter veel geld uitgeeft voor iets dat geen invloed heeft op zijn prestatie, maar waarvan een uitbater alleen rijker wordt.

Wie is Floris Wardenaar?

Floris is als teamleider werkzaam binnen het Team Voeding voor NOC*NSF en promoveert op 3 februari op dit onderzoek naar de voedingsstoffeninname van Nederlandse topsporters. Het is voor het eerst in Nederland dat er een sportdiëtist promoveert. Hij is verbonden als hoofddocent en teamleider Sports and Exercise Nutrition aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN). Naast onderzoek naar de relaties tussen voeding en sportprestatie is Floris ook zelf actief op de racefiets. Daarnaast heeft hij ook zijn sporen verdiend voor zijn inzet in verschillende bestuursfuncties voor de Vereniging Sportdiëtetiek Nederland en in de sportvoedingskundige adviesering van verschillende topsportteams, zoals de Nederlandse TVM-schaasploeg. In deze link is het gehele onderzoek van Wardenaar te lezen. 

Wat kunnen we van het onderzoek van Wardenaar leren?

Er is meer aandacht nodig voor de voedings(stoffen)inname van sporters. Sportdiëtisten zijn bij uitstek dé proffesionals die daarin een goed onderbouwd advies over kunnen geven. Daarbij is de dsportdiëtist ook goed toegerust om de vertaalslag te maken van een theoretisch advies naar maalrtijden die smakelijk zijn en goed te bereiden.


Geplaatst door Anneke Palsma op 30 January 2017