Nieuwe lente, nieuwe sportvoedingsadviezen

Ook voor de sportvoeding worden er aparte richtlijnen opgesteld. Nederland maakte de laatste herziening van de richtlijnen voor voeding voor de sporter bekend in juli 2014. In februari 2017 zijn de nieuwe sportvoedingsrichtlijnen van  de Canadese en Amerikaanse sportdiëtisten bekend gemaakt. Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen met de Nederlandse richtlijnen voor sportvoeding?

Canadese en Amerikaanse Sportvoedingsrichtlijn belicht vooral de basisvoeding

Evenals in Nederland wordt ook in Canada en Amerika beaamt dat het voor sporters belangrijk is dat de gezondheid wordt gewaarborgd en dat ze hun prestatie verbeteren. Daarvoor is het belangrijk dat sporters voldoende van alle voedingsstoffen in een goede onderlinge verhouding binnen krijgen zodat ze een goed gewicht kunnen bereiken en behouden.
De Canadees/Amerikaanse aanbeveling zoomt vooral in op de basisvoeding, de voeding ter voorbereiding van een training of wedstrijd en voor prestatieverbetering en herstel. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de sporter die vegetarisch leeft, voeding bij inspanningen en als er op (grote) hoogte wordt getraind, of als er sprake is van extreme klimatologische omstandigheden, zoals hoge vochtigheid, extreme koude en hitte. Ook is er een apart hoofdstuk geschreven waarin de rol en verantwoordelijkheden van de sportdiëtist worden beschreven. De Canadese?Amerikaanse sportvoedingsrichtlijnen kunnen hier worden gedoanload.

Nederlandse Sportvoedingsrichtlijnen ook gericht op complicaties

In de Nederlandse richtlijnen voor de wedstijdsporter worden verschillende sportvoedingskundige probleemsituaties besproken. Daarbij valt te denken aan te hoge- en te lage vochtinname en een verstoorde energiebalans. Er is aandacht voor de female athlete triad en maagdarmproblemen die vaker voorkomen bij sporten. Verder is er aandacht voor bijzondere situaties zoals reizen en sportbeoefening in gewichtsklassensporten. Ook worden risicoprofielen beschreven van verstoord eetgedrag en er is aandacht voor de basisvoeding. Daarnaast wordt er aangegeven op welke wijze de klachten en het risicoprofiel van de sporter op voeding-gerelateerde klachten het beste kunnen worden geïnventariseerd. De Nederlandse sportvoedingsrichtlijnen zijn alleen beschikbaar voor de mensen die geabonneerd zijn op de Dieetrichtlijnen van uitgeverij 2010.

Verschillende opbouw van de richtlijn basisvoeding sporters

Bij het lezen van de beide richtlijnen valt op dat de algemene richtlijnen van Canada en de Amerika vooral ook goed leesbaar zijn voor de geïnteresseerde sportbegeleider en ze geven een duidelijke beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de sportdiëtist. De Nederlandse sportvoedingsrichtlijnen zijn meer bedoeld als naslagwerk voor de sportdiëtist zelf. Inhoudelijk zijn er weinig verschillen in de adviezen voor het gebruik van koolhydraten en vocht, maar er wordt ook een advies gegeven voor de wijze waarop de lichaamssamenstelling voor een sporter het beste kan worden bepaald. In de Canadese en Amerikaanse sportvoedingsrichtlijn worden vitamine D, calcium en de antioxidanten extra belicht.

Hoger advies eiwitten

In de Canadees/Amerikaanse richtlijn wordt geadviseerd om voor de eiwitbehoefte uit te gaan van 1,2 tot 2 g/kg/dag, waarbij er in dit advies geen onderscheid wordt gemaakt tussen duur-, spel en krachtsporters. Bij het herstel van een blessure kan de behoefte oplopen tot 2 g/kg lichaamsgewicht waarbij spreiding over de dag wordt geadviseerd om het verlies van spiermassa tijdens inactiviteit zoveel mogelijk tegen te gaan. Rondom de training wordt de behoefte gesteld op 0,25-0,3 g/kg lichaamsgewicht of 15-25 g eiwit, afhankelijk van het lichaamsgewicht. Het herstel van het spierweefsel kan geoptimaliseerd worden door rondom de training 0,3 g eiwit per kg lichaamsgewicht in te nemen. Voor een sporter van 70 kg betekent dat dat hij/zij een herstelmaaltijd dient te gebruiken die ongeveer 21 g eiwit levert. Hoe zwaarder een sporter, hoe hoger de eiwitbehoefte, maar extreem veel eiwit (bijvoorbeeld meer dan 40 g) lijkt niet effectief voor het herstel van het spierweefsel. De opstellers van het advies geven aan dat er meer onderzoek nodig is om een duidelijke bovengrens voor de hoeveelheid eiwitten in een herstelmaaltijd te bepalen.

En de sportvoedingssupplementen?

Beide sportvoedingsrichtlijnen gaan uit van de Australische manier voor het indelen van sportvoedingspreparaten en sportvoedingssupplementen.
Uiteraard is het voor de sporter belangrijk om een goede basisvoeding te gebruiken, maar er kunnen situaties zijn waarin het nodig is om de voeding aan te vullen met behulp van (sport)voedingssupplementen.
Het is jammer dat er in beide sportvoedingsrichtlijnen niet ingegaan wordt op het gevaar van met doping vervuilde voedingssupplementen. In de Nederlandse richtlijnen worden sportdiëtisten er niet op geattendeerd dat het belangrijk is voor sporters die in aanmerking komen voor dopingcontroles om ze te adviseren om, indien nodig, uitsluitend voedingssupplementen te gebruiken die voldoen aan het Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport of een vergelijkbaar veiligheidssysteem.  

Wat betekent dit voor de sporter en zijn/haar sportbegeleiders?

Voor de Nederlandse sporter die geen sportspecifieke klachten heeft en/of niet geblesseerd is het aan te raden om vooral gezonde voeding te gebruiken.  
Sporters die wel (sportspecifieke) klachten hebben op voedingsgebied en/of geblesseerd zijn en/of die meer willen weten of hun voeding passend is voor hun sportbeoefening is het aan te raden om eens contact op te nemen. En wil je gewoon wat meer weten hoe zo’n sportvoedingsadvies in zijn werk gaat, schroom dan niet, maar bel of mail gerust.


Geplaatst door Anneke Palsma op 30 March 2017