Vegetariërs en flexitariërs

We kennen al de vegetariër, maar tegenwoordig lees je steeds vaker over flexitariërs. Betreft het hier een nieuwe hype of is het een nieuwe naam voor een eetgewoonte die al langer bestaat? Welke eetpatroon is gezonder het vegetarisme of het flexitarisme? Waar moet je op letten als je je besluit om vegetarisch of flexitarisch te eten? Zijn deze voedingspatronen ook geschikt voor topsporters?

Verschil tussen flexitarisme en vegetarisme

Het vegetarisme is een voedingspatroon dat al langer bekend is. Er zijn verschillende varianten. De vegetariërs kunnen worden onderscheiden in veganisten, lacto-ovo-vegetariërs, pescotariërs en veganisten. Deze groepen vegetariërs hebben met elkaar gemeen dat ze geen vlees en vleesproducten gebruiken. Een flexitariër kiest ervoor om één of meerdere dagen per week geen vlees of vleesproducten te eten. Sommige flexitariërs kiezen ervoor om het vlees alleen bij de warme maaltijd weg te laten, terwijl andere flexitariérs er voor kiezen om af en toe een hele dag geen vlees en vleesproducten te gebruiken.

Verschillende soorten vegetariërs

De strengste vorm van vegetarisme is het veganisme. Veganisten gebruiken geen producten van dierlijke herkomst. Naast voedingsmiddelen zoals melk en melkproducten en vlees, vis, gevogelte en eieren gaan ze vaak nog verder in het niet gebruiken van dierlijke producten, Ze gebruiken geen wol, leer of zijde. Daarna komt de vegetariër die geen producten gebruikt waarvoor het dier is gedood. Dat betekent dat ze wel eieren, melk en melkproducten gebruiken, maar ze gebruiken geen kaas dat met behulp van stremselenzymen is bereid. Ze dragen wel wollen en zijden kleding, maar gebruiken geen leer. We hebben het dan over de lacto-ovo-vegetariërs. De pescotariërs gebruiken geen producten gebruiken waarvoor het dier is gedood, maar ze maken wel een uitzondering voor vis.

Verschillende soorten flexitariërs  

Een flexitariër gebruikt wel vlees en vleeswaren, maar wisselt deze regelmatig af met vegetarische vleesvervangers. Sommige mensen die het vlees bij de warme maaltijd af en toe inruilen voor vis noemen zichzelf ook flexitariër, maar dat komt niet overeen met de uitleg die de stichting Natuur en Milieu hanteert voor het begrip flexitariër. Zij stelt dat een flexitariër iemand is die af en toe een hele dag totaal geen vlees eet. De meeste mensen die zich flexitariër noemen nemen af en toe een dag geen vlees bij de warme maaltijd. Uit onderzoek van Stichting Natuur en Milieu gaat het dan om 67% van de Nederlanders.

Motieven

Voor het vermijden van vlees zijn verschillende motieven te benoemen, zoals het begaan zijn met dierenleed, het willen verkleinen van de ecologische voetafdruk, gezondheidsoverwegingen, geloofsovertuigingen  etc. Al deze mensen hebben gemeen dat ze hun eetpatroon gedurende langere tijd aanhangen en zich hier ook goed in hebben verdiept. Soms eet iemand tijdelijk vegetarisch vanwege geloofsverplichtingen, zoals een gedeeltelijke vorm van vasten. Kortom er zijn veel motieven denkbaar om vegetarisch of veganistsch te eten.
Flexitariërs verminderen het gebruik van dierlijke producten meestal alleen vanwege duurzaamheidsoverwegingen en het verkleinen van hun ecologische voetafdruk. Je kunt deze ook op basis van je totale leefstijl berekenen, omdat er meerder manieren zijn om je ecologische voetafdruk te verkleinen.

Alleen veganisten, ouderen en kinderen kans op tekorten

Op zich voldoen al deze typen voedingspatronen goed aan de Richtlijnen Goede Voeding met uitzondering van het veganisme. De veganist heeft een te lage inname van vitamine B12, doordat hij/zij geen dierlijke producten gebruikt. Andere vormen van vegetarisme of flexitarisme kunnen prima ingepast worden aan de Richtlijnen Goede Voeding.
Het is dan wel nodig om voldoende eiwitten in de voeding in te nemen. Dat betekent dat er naast de dierlijke producten die er wel genuttigd worden om gebruik te maken van combinaties van plantaardige eiwitbronnen, zoals peulvruchten, noten en granen. Juist door deze eiwitbronnen goed te combineren kan er een eiwitinname worden verkregen waarbij ook de aminozuren (bouwstenen van eiwitten) die de mens zelf niet kan maken in voldoende mate  in de voeding voorkomen. Omdat de verteerbaarheid van plantaardige eiwitten minder goed is in vergelijking met dierlijke eiwitten is de eiwitaanbeveling voor vegetariërs ook hoger dan voor niet-vegetariërs. Voor de flexitariër wijkt de eiwitaanbeveling niet af, omdat hij/zij doorgaans al voldoende eiwit van dierlijke herkomst binnen kan krijgen.  

Waar moet je op letten bij het wijzigen van je voedingspatroon?

Let erop om niet zomaar voedingsmiddelen weg te laten zonder deze op een adequate manier te vervangen. Dierlijke eiwitbronnen zijn te vervangen door plantaardige eiwitbronnen, mar let er wel op dat je ook voldoende producten neemt met onder andere calcium, ijzer, vitamine B2, vitamine B6 en vitamine B12. Calcium kun je binnen krijgen door de sojamelk met extra calcium en vitamine B12 te gebruiken. IJzer kan worden geleverd door peulvruchten en granen, Vitamine B2 is te vinden in melk, maar ook in groente, fruit en graanproducten. Vitamine B6 is te vinden in melkproducten, aardappelen, groente en graanproducten. Vitamine B12 komt alleen voor in dierlijke producten en het wordt ook in geringe mate geproduceerd door de darmbacteriën in de dikke darm, maar deze productie is niet voldoende voor de dagelijkse behoefte als er geen dierlijke producten worden gebruikt. Daarom wordt aan veganisten aangeraden om een vitamine B12-supplement te gebruiken.
Als je het gebruik van dierlijke producten wilt minderen of hebt geminderd en je twijfelt of je voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt kun je het beste een afspraak maken met een diëtist voor het analyseren van je voedingspatroon. Ook voor topsportes zijn deze voedingspatronen geschikt te maken, maar dan is er wel extra aandacht nodig om naast de gewone voedingsstoffen behoefte ook aan de verhoogde behoefte voor de sportinspanning te voldoen.


Geplaatst door Anneke Palsma op 26 January 2018