Kansrijke preventie

De overheid wil het percentage Nederlanders dat aan overgewicht en diabetes type 2 lijdt verminderen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) geeft aan dat er meer resultaat voor preventie geboekt kan worden door preventie-activiteiten te richten op groepen waar de meeste gezondheidswinst te behalen is. Over welke mensen hebben we het dan en waar hebben ze dan behoefte aan?

Preventie op maat nodig

In het rapport “Van verschil naar potentieel” geeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid aan dat Nederlanders gezonder zijn geworden, maar dat de verschillen tussen arm en rijk nauwelijks afnemen. Sterker nog: er lijkt eerder sprake te zijn van een groter verschil tussen arm en rijk en dat heeft tot gevolg dat de rijkere Nederlanders meer (kunnen) profiteren van de economische voorspoed dan de arme Nederlanders. Jarenlang was het preventiebeleid erop gericht om de sociaaleconomische gezondheidsverschillen tussen arm en rijk te verkleinen, maar deze benadering lijkt geen effect te hebben. Daarom is besloten om meer preventieactiviteiten in te zetten gericht op het voorkomen van gezondheidsverschillen en uit te zoeken welke preventieactiviteiten meer effect sorteren bij mensen met in een lagere sociaaleconomische status.

Bereikbaarheid zorg afhankelijk van leesvaardigheid

Zoals eerder aangegeven zijn de belangrijkste onderwerpen het roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik, maar daarnaast spelen ook psychische problemen, zoals angststoornissen en depressie een belangrijke rol bij het ontstaan van de gezondheidsverschillen.
Mensen die hoger opgeleid zijn en goed “de weg weten” in het system van de gezondheidszorg en vergoedingen en zijn vaak ook goed in staat zijn om de benodigde zorg voor zichzelf te regelen. Daarbij spelen ook vaardigheden zoals lezen, om kunnen gaan met de digitale media, het kunnen en durven opkomen voor jezelf een belangrijke rol. Wie dit leest staat er doorgaans niet bij stil dat lezen voor veel mensen niet vanzelfsprekend is. Toch blijkt uit onderzoek dat 2,5 miljoen volwassenen in Nederland grote moeite hebben met lezen en schrijven en digitale vaardigheden. Deze groep staat dus op grote achterstand als het gaat om goede zorgmogelijkheden voor zichzelf te kunnen regelen.

Meerkosten en lagere levensverwachting

Laaggeletterdheid leidt tot het minder goed kunnen bereiken van gezondheidszorg, een lagere kans op werk, lagere inkomsten waardoor het voor hen moeilijker is om regie over het eigen leven te nemen en te houden. Laaggeletterden leven vaak ongezonder, omdat ongezond eten (suikerrijk en vetrijk) vaak goedkoper is dan groente en fruit. De minder gezonde levenswijze leidt tot het eerder optreden van overgewicht en ziekten zoals diabetes type 2 en hart- en vaataandoeningen. Naast zorgkosten leidt dat ook weer tot een grotere kans op verminderd inkomen, etc. en natuurlijk een verminderd welbevinden. Uit allerlei statistieken blijkt dan ook dat mensen die “minder te makken hebben” vaker gezondheidsklachten hebben en ook minder oud worden.

Kansen vergroten voor zwakkere groepen

Uit onderzoek van de Stichting Lezen en schrijven blijkt dat laaggeletterdheid vaker voorkomt onder ouderen dan bij jongeren. Ouderen waren in hun jongere jaren minder in de gelegenheid om door te studeren en dat gold voor vrouwen nog veel vaker dan voor mannen. Daarnaast zijn er ook veel mensen met een migratieachtergrond te vinden in de groepen die minder goed kunnen lezen en schrijven. Laagopgeleiden lijken dus minder kansen te hebben op een goede gezondheid en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid concludeert dat hier dus (gezondheids)winst te behalen valt. Daarbij is het dan niet alleen een zaak van de eigen verantwoordelijkheid van de burgers, maar ook een verantwoordelijkheid van de overheid om de omgeving van de zwakkere groepen te verbeteren zodat ze meer kansen hebben op een betere gezondheid.

Een gezonde start

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit ervoor om vanaf het begin af aan in te zetten op een goede gezondheid, dus al voor en tijdens de zwangerschap goede kansen bieden. Juist door in te zetten op een goede zwangerschapsuitkomst (lees: een gezonde moeder, vader en kind(eren)) wordt een goede start gemaakt. Daarbij gaat het dan om alle hiervoor genoemde speerpunten (roken, overgewicht, alcoholgebruik en psychische en sociale gezondheid).
In dat kader is het goedkoper en beter bereikbaar maken van gezond voedsel voor alle groepen een belangrijke voorwaarde.

Taal, rekenen, digitale vaardigheden en voedingsonderwijs

Om zaken goed te kunnen begrijpen is het dus nodig dat er ingezet wordt op onderwijs op allerlei gebieden, zoals taal, rekenen, digitale vaardigheden en ook in gezondheids- en voedselvaardigheden. Dat dient niet alleen tijdens de basisschooltijd, maar ook tijdens de middelbare schooltijd en tijdens het werkzame leven door te blijven gaan, zodat de eerder opgedane kennis ook onderhouden en actueel gehouden wordt. Dat onderwijs dient voor iedereen even goed bereikbaar te zijn en eventueel op maat gemaakt te worden.
Daarnaast is het een kwestie van een leven lang leren en jezelf te (kunnen) voorzien van voldoende gezonde voedingsmiddelen.  

Hoe wordt preventie kansrijk

Preventie die inzet op het verkleinen van gezondheidsverschillen is dus niet een opgeheven vingertje maar voor iedereen een omgeving creëren waarin het aanleren van gezondheids- en voedselvaardigheden op zijn/haar eigen niveau bereikbaar is en aangemoedigd wordt. En om hier meer over te lezen is het WRR-rapport een echte aanrader, naast alle gegevens over laaggeletterdheid.


Geplaatst door Anneke Palsma op 6 September 2018