Voedingsonderzoek lezen

In november wordt Nederland door de boekenbranche aangemoedigd om te lezen en dit jaar is het thema “Voeding". Over voeding wordt veel geschreven, maar niet alles is even goed onderbouwd. Om onderscheid te maken tussen feit en fictie is het goed kunnen lezen van onderzoeksverslagen belangrijk. En laat daar nu ook al een tijdje een boek voor op de markt zijn.

Het nut van (voedings)onderzoek

Vaak wordt er gezegd dat “we” al heel veel weten, maar wetenschappers twijfelen vaak, omdat ze zich heelgoed realiseren dat we nog heel veel niet weten. Voor het vermeerderen van kennis is heel veel onderzoek nodig en dat wordt op allerlei manieren uitgevoerd. Voordat er een opzienbarende ontdekking wordt gedaan zijn er meestal heel veel kleine stapjes nodig. Dat geldt ook voor de voedingswetenschap. Voeding is een complex onderwerp, want niemand eet geïsoleerde voedingsstoffen, maar voedingsmiddelen, en aangezien het dagmenu uit meerdere voedingsmiddelen bestaat die weer op verschillende tijden en in diverse combinaties worden gegeten is het lastig om oorzaken en gevolgen te ontwarren. Tel daarbij ook nog eens op dat er andere leefstijlfactoren, zoals slaap, bewegen, stress etc. ook van invloed zijn en het zal je duidelijk worden dat het opzetten van een goed onderzoek en het trekken van de juiste conclusies niet zo eenvoudig is. 

Onderzoeksmethoden  en statistiek

Om goed onderzoek te kunnen doen is ook kennis van onderzoeksmethoden en statistiek nodig. Bij onderzoek wordt al snel aan reageerbuizen en laboratoria gedacht, maar onderzoek kan ook plaatsvinden met behulp van vragenlijsten met open, gesloten en meerkeuzevragen. Kortom er is een keur van methoden. Mensen kunnen ook in groepen verdeeld worden waarbij de ene groep wel blootgesteld wordt aan een interventie, terwijl anderen met een nepinterventie te maken krijgen.  En dan is het natuurlijk nodig om storende factoren uit te sluiten die tot een vals-positieve of een vals-negatieve uitslag leiden.
Vervolgens is het dan van belang om de onderzoeksresultaten eerlijk met elkaar te vergelijken. Voor dat laatste deel is kennis van statistiek onontbeerlijk. Met alleen het weten wat een gemiddelde is kom je er niet want het gemiddelde hoeft niet altijd de juiste maat te zijn. Wie twee keer probeert om de roos te raken met een dartpijl heeft niets aan dat gemiddelde als hij bij de eerste poging even ver aan de rechterkant als aan de linkerkant van de roos heeft gemikt. Gemiddeld heeft hij de roos geraakt, maar krijgt er geen punten voor. 

Kennis over onderzoek opdoen

De Vlaamse voedingswetenschapper Patrick Mullie schreef het boek "Introductie tot de epidemiologie en biostatistiek" dat in eerste instantie bedoeld is voor medici en paramedici. Epidemiologie is de wetenschapstak waarin onderzoek gedaan wordt naar het voorkomen van gezondheidsproblemen binnen verschillende populaties van mensen. Er wordt dan gekeken of er een samenhang te vinden is tussen verschillende factoren waaraan de mens blootgesteld wordt en ziekten die er optreden. Biostatistiek heeft betrekking op statistiek in levende wezens. Wie epidemiologisch onderzoek doet moet zich ervan bewust zijn dat er geen “modelpopulaties” bestaan, maar dat een populatie bestaat uit heel veel verschillende individuen. Daarom moeten statistische methoden in bevolkingsonderzoeken zorgvuldig worden gekozen en de uitkomsten dienen met de nodige mitsen en maren worden gepresenteerd.

Introductie tot epidemiologei en biostatistiek

Patrick Mullie legt uit welke typen epidemiologische studies er zoal worden toegepast met de voors- en tegens van elke methode. Hij legt uit hoe een wetenschappelijk artikel wordt opgebouwd en hoe literatuuronderzoek in de praktijk wordt uitgevoerd. Onderzoek begint met een veronderstelling, oftewel een hypothese. Om deze te bevestigen of te ontkennen wordt er gemeten hoe vaak bepaalde verschijnselen tezamen voorkomen en er wordt gekeken of verschillen tussen bepaalde groepen kunnen worden verklaard. Verder wordt besproken waarom onderzoek herhaalbaar (reproduceerbaar) moet zijn en betrouwbaar (valide). Ook belicht hij waarom er zoveel waarde gehecht wordt aan studies waarin meerdere onderzoeken met elkaar kunnen worden vergeleken en eventueel samengevoegd en wanneer de uitkomsten opnieuw berekend kunnen worden als de groepen en de wijze waarop de onderzoeken zijn uitgevoerd zo goed overeenkomt dat ze goed vergelijkbaar zijn. Het verschil tussen samenhang tussen twee factoren en een oorzakelijk verband wordt verhelderd en daarbij wordt natuurlijk de link gelegd naar voedingsonderzoek. In voedingsonderzoek worden zelden oorzakelijke verbanden gevonden zoals ook al eerder is uitgelegd onder het eerste kopje. Mullie licht toe hoe factoren buiten en binnen het onderzoek verstorend kunnen werken op de uitkomsten en hij besluit met de uitleg over de verschillende begrippen en methoden uit de biostatistiek.

Aanrader

In het kader van de actie “Nederland Leest” is dit boekje beslist een aanrader, omdat het perfect past bij het thema van dit jaar “Voeding”.  Het boekje is helder geschreven en voorzien met duidelijke voorbeelden van de besproken theorie. Mullie vertelt niet alleen over hoe de testen en onderzoeken worden uitgevoerd, maar bespreekt ook het nut van de verschillende typen onderzoek en testen. Voor de (para)medici is dit boekje met 226 pagina’s een handig naslagwerkje en voor de geïnteresseerde leek biedt het een mooi inkijkje hoe onderzoek gedaan behoort te worden. Het maakt vooral duidelijk dat ook het interpreteren van onderzoeksresultaten niet zo gemakkelijk is als sommige schrijvers van populaire voedingsboeken doen geloven.
Patrick Mullie schreef ook "Ëvidence-based Voedingsleer" en "Gezond eten langer leven".


Geplaatst door Anneke Palsma op 9 November 2018