Personalised Nutrition, nieuwe stroming?

Tegenwoordig lees je steeds vaker dat je je DNA kunt laten testen en een voedingsadvies kunt krijgen dat afgestemd is op jouw metabolisme. Het voedingsadvies dat je dan krijgt is bedoeld om het risico op bepaalde ziekten te verkleinden. Hoe veelbelovend is dat? Zijn er al andere mogelijkheden voor personalised nutrition? Worden diëtisten overbodig?

Stofwisselingsroutes leiden nog niet tot persoonlijk voedingsadvies

In 2000 werd het gehele menselijk genoom in kaart gebracht en in 2013 werd door systeembiologen voor het eerst een bijna compleet overzicht gegeven van alle biochemische routes van de menselijke stofwisseling. In kranten en op televisie werd al bejubeld dat het nu niet lang meer zou duren dat voeding als medicijn ingezet kon gaan worden om allerlei ziekten te voorkomen en te behandelen.
Zoals gewoonlijk waren de journalisten en de media te optimistisch. Er zijn sindsdien al wel veel meer raadsels ontrafeld, maar een echt persoonlijk voedingsadvies op basis van je erfelijke eigenschappen is nog niet gerealiseerd. De onderzoekers die het complete overzicht van alle stofwisselingsroutes in de mens in kaart hebben gebracht benoemen ook in hun artikel dat dit een eerste model is dat als basis voor verder onderzoek kan dienen naar verschillen in de metabolische route tussen verschillende groepen mensen.

Samenspel van genen en omgeving

Meestal is er namelijk niet een enkel gen verantwoordelijk voor een bepaalde ziekte, maar is er sprake van een samenspel tussen genen onderling en de omgeving waarin iemand verkeert en alle andere zaken waaraan iemand wordt blootgesteld. Daarbij kun je denken aan ziekteverwekkers, voedingsmiddelen, stoffen in de leefomgeving, medicijnen, etc. maar ook aan sociale prikkels en levensgebeurtenissen. Wie bijvoorbeeld een aanleg heeft om een sterke allergische reactie te ontwikkelen voor een bepaald voedingsmiddel zoals soja zal hier geen problemen mee ervaren als hij/zij nooit wordt blootgesteld aan sojaproducten, maar als het om een meer algemene stof gaat wordt het anders. De aanleg voor het ontwikkelen van overgewicht en diabetes type 2 is op meerdere genen geprogrammeerd. Iemand kan dan ziek worden als (een deel van) de omgevingsfactoren ook aanwezig zijn en de persoon er moeilijk aan kan ontkomen.
Toch zijn er ook ziekten die op een enkel gen zijn gelokaliseerd. Daarbij kun je denken aan ziekten zoals de ziekte van Huntington, Cystic Fibrosis en fenylketonurie (PKU).

DNA-testen al betrouwbaar?

Op dit moment worden er al wel verschillende (commerciële) DNA-testen aangeboden voor de consument, maar de betrouwbaarheid laat nog te wensen over. Ook is het op grond van de huidige kennis van het menselijk genoom en de gehele menselijke stofwisselingsroutes is het in veel gevallen nog niet mogelijk om gedegen uitspraken te doen over de aanleg voor verschillende ziekten. Dit geldt echter niet voor de DNA-testen die door behandelende artsen in het kader van medisch onderzoek worden aangeboden. Wanneer deze in het kader van een medische behandeling wordt aangeraden of te overwegen gaat het altijd om DNA onderzoeken die wel betrouwbaar zijn. Deze onderzoeken zijn dan gericht op één of enkele onderdelen van het DNA.
En, zoals in de vorige alinea benoemd, spelen er meer factoren een belangrijke rol.  

En hoe zit het nu met personalised nutrition?

In Nederland wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor personalised nutrition door TNO en de Universiteit van Wageningen. Daarbij gaat het om het maken van een vertaalslag van laboratoriumuitslagen, eventueel in combinatie met metingen die door de consument zelf worden gedaan in het kader van zelfmonitoring van de gezondheid. Denk hierbij aan hartslag en andere factoren die gemeten kunnen worden met behulp van activitytrackers en andere wearables.
Aan de universiteit van Maastricht wordt onderzocht hoe metabole fenotypering (uiting van de erfelijke aanleg) kan worden ingezet om voedingsadviezen beter aan te passen aan subgroepen in de bevolking die onvoldoende baat hebben bij bepaalde algemene voedingsrichtlijnen. De Maastrichtse onderzoekgroep kijkt dan hoe de erfelijke aanleg zich uit door biomarkers (factoren) in het bloed of anderszins meetbare kenmerken, zoals bloeddruk die aanwijzingen geven voor bepaalde stofwisselingsroutes of risicofactoren voor ziekten zoals diabetes type 2. Op basis van deze gegeven kan dan al eerder een aangepast voedingsadvies gegeven worden om ziekten te voorkomen of juist beter te behandelen. Vooralsnog gebeurt dat dan op groepsniveau, maar het is in de toekomst wellicht mogelijk om ook persoonlijk afgestemde voedingsadviezen te formuleren.

Diëtist belangrijke vertaler voor personalised nutrition

Zoals tot nu toe altijd gebruikelijk blijft de diëtist ook in de toekomst altijd dé professional die de vertaalslag kan maken van de theorie naar de praktijk van de consument. Daarvoor verzamelt de diëtist alle biochemische uitslagen (bloeduitslagen, urine en fecesonderzoek etc.), gegevens over de gebruikte medicatie, voedingssupplementen, zelfhulpmiddelen en voedingsgewoonte.
Wanneer er gewerkt wordt met concepten van personalised nutrition op basis van fenotypering worden deze aan het geheel van de te verzamelen gegevens toegevoegd.
Alles wordt dan meegewogen en in overleg met de cosument/patiënt wordt dan een persoonlijk aangepast behandelplan gemaakt waarbij de diëtist de vertaalslag maakt van alle theorie naar een persoonlijk aangepast voedingsadvies voor de consument.
Zo beschouwd is de diëtist dus altijd al bezig geweest met personalised nuttrition, maar het “gereedschap” dat zij daarvoor aangereikt krijgt wordt steeds nauwkeuriger.


Geplaatst door Anneke Palsma op 17 January 2019