Dieet van de 21ste eeuw

De wereldbevolking neemt toe. Daarom moet er nagedacht worden hoe deze monden gevoed kunnen worden. Ziekten als gevolg van overschotten of een gebrek aan voedingsstoffen moeten worden voorkomen en de voeding moet voldoen aan duurzaamheidseisen. Is dat realiseerbaar? Hoe zien de voedingsrichtlijnen er dan uit? Aan welke eisen moet een gemiddeld dagmenu dan voldoen?

Gezondheid en duurzaamheid belangrijk

Bij een voeding die optimaal is voor de gezondheid gaat het erom om ziekten die het gevolg kunnen zijn van overschotten of gebreken te voorkomen. Daarbij wordt dan niet alleen gekeken naar over- en ondergewicht, maar ook naar gevolgen van overschotten en tekorten aan vitamines, mineralen, spoorelementen en andere bioactieve stoffen. Verder is het ook nodig dat een voeding aansluit bij de verschillende eetculturen en klimatologische omstandigheden. Gezondheid en duurzaamheid kunnen alleen gewaarborgd worden als we ook goed omgaan met alle beschikbare bronnen op onze planeet. Daarom moet er gekeken worden naar de milieuaspecten bij de keuze voor voedsel Het reageren op en zoveel mogelijk tegengaan van klimaatveranderingen zijn dus ook factoren die in alle overwegingen meegenomen moeten worden. Kortom het gaat hier om een behoorlijke klus die niet alleen door voedingswetenschappers kan worden geklaard.

Mondiale richtlijnen

In opdracht van The Lancet is door een commissie waarin vertegenwoordigers uit de voedingswetenschap, dierhouderijen, landbouw, milieu en wereldhandel een rapport opgesteld waarin de nieuwe mondiale aanbevelingen voor een voeding die voldoet aan eisen van gezondheid en duurzaamheid worden toegelicht. De belangrijkste aanbevelingen is om meer plantaardige voedselbronnen te gebruiken en minder dierlijke voedselbronnen. Daarmee kunnen doelen op het gebied van gezondheid en duurzaamheid worden behaald en het voedsel dat beschikbaar is dient beter over de volkeren verdeeld te worden. Daarvoor is het ook nodig om afspraken te maken over de wereldhandel in voedsel. 

Obees en toch ondervoed

Bij gezondheid gaat het niet alleen om ondervoeding aan te pakken, maar om ook overgewicht en obesitas aan te pakken. Wereldwijd is de sterfte als gevolg van ongezonde voeding inmiddels hoger dan de sterfte aan onveilige seks, alcohol, drugs en tabak tezamen. Het is alweer 2 jaar geleden dat er in de actualiteitenrubriek Nieuwsuur aandacht gevraagd werd voor vetzucht als nieuwe ramp voor Afrika. In de reportage wordt getoond dat in Nairobi, de hoofdstad van Kenia, naast armoede en ondervoeding ook overgewicht en obesitas steeds vaker voorkomt met problematische gevolgen, zoals hoge bloeddruk. Daarnaast komen ook gebrekziekten voor. De situatie in Afrika laat zien dat het duidelijk tijd is voor actie. Gaat het alleen om een betere verdeling, of ook om anders eten?

Meer plantaardig en minder dierlijk

In De Volkskrant van 17 januari 2019 werd al een overzicht gegeven welke aanbevelingen er voor de verschillende voedingsgroepen per dag worden gegeven. Een rechtstreekse vertaling van de aanbevelingen die uitgedacht zijn in opdracht van de EAT-Lancet Commission zouden in de Nederlandse Richtlijnen Goede Voeding tot de volgende wijzigingen leiden:
1. Eet dagelijks ten minste 300 g groente en 200 g fruit
2. Eet ongeveer 230 g volkorenproducten, zoals bruinbrood, volkorenbrood of andere volkoren producten zoals volkoren pasta’s
3. Eet dagelijks 1 opscheplepel peulvruchten en 1 opscheplepel sojaproducten
4. Eet niet meer dan 2 eieren per week
5. Eet niet meer dan 1 keer per week rood vlees
6. Neem dagelijks een handje pinda’s en een handje andere noten
7. Neem niet meer dan 250 g zuivelproducten
Voor de overige adviezen in de Nederlandse Richtlijnen Goede Voeding hoeven er geen wijzigingen worden doorgevoerd.
De wijzigingen leiden tot een lagere inname van dierlijk eiwit en een hogere inname van plantaardig eiwit. Het gebruik van dierlijk eiwit wordt als minder duurzaam gezien omdat er voor de productie van dierlijk eiwit meer grond en water nodig is. Dat komt omdat de omzetting van plantaardig eiwit (uit diervoeders) in dierlijk eiwit niet zo efficiënt verloopt. 

Goed in praktijk te brengen?

Het gaat hier dus om een betere verdeling van voedingsbronnen op wereldniveau en om andere voedselkeuzes. De sterkste wijzigingen betreffen vooral een veel lager gebruik van dierlijke eiwitbronnen, zoals alle soorten vlees en zuivel, en een groter gebruik van plantaardige eiwitbronnen, zoals peulvruchten, sojaproducten, pinda’s, noten en volkorengraanproducten. Verder is de aanbeveling voor groenten ook hoger gelegd. Kortom een hele ommezwaai voor de gemiddelde Nederlander, maar dat zou ook heel goed voor andere Westerste landen kunnen gelden.


Geplaatst door Anneke Palsma op 24 January 2019