Wetenschappelijk onderbouwd

Gezondheids- en voedingsclaims dienen wetenschappelijk onderbouwd te zijn, maar wat is dat eigenlijk? In de diëtetiek wordt ook wel gesproken over evidence based practice en over best practices, maar wat wordt daar mee bedoeld? Wat heeft de consument aan deze waarmerken? En hoe wordt een advies dan op individueel niveau vertaald?

Het belang van wetenschappelijke onderbouwing

Wie een voedings-of dieetadvies opvolgt wil ook graag resultaten zien. Dat geldt dan niet alleen voor de korte- maar bij voorkeur ook voor de lange termijn. Daarom geven diëtisten die kwaliteit belangrijk vinden bij voorkeur alleen voedingskundige adviezen en behandelingen die gestoeld zijn op degelijk wetenschappelijk onderzoek. Het gaat er dan om dat een bepaalde voeding helpt om een aandoening te genezen (denk aan ernstige wonden) of het risico op vroege en late gevolgen kan verminderen of voorkomen. Bij dat laatste kun je dan denken aan vroege en late complicaties van diabetes mellitus. Bij vroege complicaties kun je denken aan een ontregelde bloedglucose (te hoog: hyperglycemie en te laag: hypoglycemie). Juist doordat sommige zaken op een wetenschappelijke manier kunnen worden verklaard kan de diëtist aan de patiënt ook uitleg geven waarom het gegeven advies voor hem of haar kan werken.

Evidence based

Binnen de beroepsgroep van diëtisten wordt ook wel de term “evidence based” gebruikt. Bij evidence- based wordt er bedoeld dat er wetenschappelijk bewijs is dat er een verband is aangetoond tussen voeding en een bepaald eindresultaat. Let wel, het gaat dan niet altijd om een oorzakelijk verband, maar om het vaak samen voorkomen van verschillende factoren. Als het om voeding gaat is het namelijk erg moeilijk om oorzakelijke verbanden aan te tonen, omdat een voedingsmiddel samengesteld is uit meerdere voedingsstoffen en een voedingsmiddel is ook een onderdeel van een geheel voedingspatroon. Je kunt daar meer over lezen in de blog “Gezonde voedingsmiddelen of gezonde voeding?” Ook in de blogs “Evidence based voedingsleer” en “Voedingsonderzoek lezen” wordt ingegaan op hoe wetenschappelijk bewijs in de voedings- en dieetleer wordt verkregen en hoe deze geïnterpreteerd dient te worden.

Practice based

Het kan ook gebeuren dat er nog geen algemene richtlijnen voor de behandeling van een ziekte of het verbeteren van een specifieke sportprestatie voorhanden zijn. In dat geval kan er een literatuuronderzoek gedaan worden om te kijken wat er al bekend is voor de specifieke situatie waar het dan om gaat. Als dat onvoldoende resultaat oplevert kan er informatie ingewonnen worden bij kennisgroepen die zich met het behandelen van een bepaalde ziekte of het begeleiden van bepaalde specifieke groepen sporters bezighouden. Er kan dan nog geen geen sprake zijn van evidence based practice, maar kan er al wel kennis zijn van wat er tot nu toe in de praktijk wordt gedaan. Er is dan sprake van practice based werken, maar daarbij wordt de vinger aan de pols gehouden om de werkwijze aan te passen als er nieuwe wetenschappelijke informatie beschikbaar komt waaruit blijkt dat er nog betere aanpassingen in de voeding nodig en mogelijk zijn, maar dat geldt ook voor bestaande algemene richtlijnen. De wetenschap is namelijk altijd in beweging.

Wetenschap niet altijd zeker

Uit het voorgaande is af te leiden dat ook in de wetenschap geldt dat er nooit een 100% garantie kan worden geboden. Het menselijk organisme is complex en elk mens is uniek. De diëtist gaat uit van algemene richtlijnen voor een voeding die kan helpen bij het behoud van de gezondheid, de behandeling van een bepaalde ziekte en het voorkomen of verminderen van vroege en late complicaties bij ziekten. Voor sporters adviseert de sportdiëtist een voeding die bijdraagt aan prestatieverbetering waarbij ook de gezondheid zo goed mogelijk wordt bewaakt en er geen gebruik wordt gemaakt van middelen en methoden die op de Dopinglijst staan.
Een diëtist werkt bij voorkeur met de algemene richtlijnen die er voor verschillende situaties beschikbaar zijn. Algemene richtlijnen zijn gebaseerd op wetenschappelijke bevindingen bij grote groepen, en dan worden ze vertaald naar algemene voedingsadviezen die ook weer voor een grote groep kunnen worden toegepast.

Van algemene richtlijnen naar personalised nutrition

Jij bent geen grote groep. Jij bent een individu. Daarom kijkt een diëtist ook altijd in hoeverre de algemene richtlijn voor een bepaalde voeding bij jou past. Daarbij worden verschillende zaken meegenomen, zoals jouw voedings- en leefgewoonten, gebruik van medicijnen, kruidenpreparaten, zelfzorgmiddelen (middelen die je zonder voorschrift van een arts kunt kopen) en voedingssupplementen, maar ook wat je dagelijkse activiteiten zijn. Ook kijkt de diëtist naar wat je persoonlijke voorkeuren en tegenzinnen zijn op voedingsgebied. Die gegevens worden dan allemaal gebruikt om de algemene richtlijn te vertalen naar een persoonlijk voedingsadvies.

Wat heeft de consument hier aan?

De consument die zijn lijf serieus neemt en die een gedegen advies wil hebben over gezonde voeding kan natuurlijk ook zelf op onderzoek uitgaan, maar het valt niet mee om in het doolhof van "voedingsdeskundigen" de juiste weg te vinden. Daarom is het juist handig om te weten wat je van de verschillende voedingsdeskundigen kan en mag verwachten.
Oh ja, je hebt daarnaast ook nog diëtisten die na de HBO Voeding en Diëtetiek een universitaire studie op het gebied van voeding hebben gevolgd. Deze groep diëtisten heeft helemaal goed geleerd hoe wetenschap werkt. Zij zijn nog beter in staat om de wetenschappelijke kennis te vertalen naar de diëtist en gewichtsconsulent en natuurlijk de consument.
Oh ja, nog een tip: Gezond eten doe je met gezond verstand.


Geplaatst door Anneke Palsma op 10 October 2019