Ongesponsord advies?

Het gerucht gaat al langer dat voedingswetenschappers niet neutraal zijn en nu meldt Foodwatch dat diëtisten zich laten sponsoren. Dat is schokkend voor beroepsgroepen waar je als consument op denkt te kunnen vertrouwen. Zijn daar geen regels voor? Hoe wordt er gecontroleerd of deze nageleefd worden? Tijd voor en blik in de spiegel en opening van zaken te geven? Hoe wordt deze blog betaald?

Financiering blog

Laat ik alvast verklappen dat deze blog niet gefinancierd wordt. De reden dat ik blogs schrijf is om mijn expertise en passie met de lezers te delen en er zelf van te leren. Voedingswetenschap in relatie tot gezondheid en sport is een prachtig vak. Ik raak er niet in uitgeleerd. Elke keer zijn er weer nieuwe onderwerpen die te berde worden gebracht of oudere thema’s die weer van een andere kant worden belicht. Ik lees graag en dat is een groot voordeel in dit vak. Ik verdiep me in wetenschappelijke artikelen en allerlei boeken en maak dan een vertaalslag voor de professional of consument en leg dan uit wat hij/zij met deze kennis kan doen. Juist het maken van de vertaalslag zet me ertoe aan om over het onderwerp na te denken en te bekijken in hoeverre het artikel of het boek leidt tot een bijstelling aan inzichten en adviezen. Dat is de manier waarop ik er elke keer weer van leer als ik een blog schrijf. Daar word ik niet voor betaald, maar ik “verdien” er wel kennis en inzicht mee. Daarnaast zorgt het ervoor dat lezers mij vragen voor (betaald) advies en (betaalde) schrijfopdrachten. Ik krijg dus geen geld voor het schrijven van een blog, maar levert wel opdrachten waardoor ik er indirect wel geld mee verdien terwijl ik mijn kennis en inzichten mee blijf vermeerderen.

Hoe zit het dan met het financieren van onderzoek?

Wanneer er in Nederland (maar ook in het buitenland) onderzoek wordt uitgevoerd wordt dit voor een deel betaald door de overheid en een deel door de industrie. Op de site van het Nederlands Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is weergegeven welke partijen er allemaal betrokken (kunnen) zijn bij de financiering van onderzoek. Het Centrum Ethiek en Gezondheid (CEG) schreef in 2009 in een rapport over de invloed van sponsoring op onderzoek dat de financierende instellingen invloed uitoefenen op de onderzoeksagenda, maar dat geldt ook voor charitatieve instellingen. Verder stelt zij dat het voor goed uitgevoerd onderzoek nodig is dat de onderzoeker geen belangenverstrengeling heeft. De onderzoeker dient niet rechtstreeks beloond te worden door de industrie, of indirect doordat congresbezoeken etc. voor de onderzoeker door de industrie worden betaald.
De industrie heeft er echter belang bij om een goed product te verkopen. Daartoe is contact tussen onderzoekers, consumenten en industrie nodig om eisen te kunnen formuleren waaraan een product dient te voldoen. Daar hoeft op zich niets mis mee te zijn, zolang iedereen zich aan de geldende ethische en wettelijke regels houdt. De overheid heeft hierin een belangrijke taak als toezichthouder dat alles wel volgens wettelijke normen gebeurt. De uitvoering hiervan dient niet bij de stakeholders zelf te liggen, omdat de consument erop moet kunnen vertrouwen dat deze regels gehandhaafd worden.
Voor de financiering van het Voedingscentrum verwijs ik graag naar deze link.

Gedragscode voedingswetenschapper en diëtist

Voor diëtisten is een gedragscode opgesteld waarin over het omgaan met industrie wordt opgemerkt dat de diëtist zich “onthoudt van iedere zakelijke regeling die de professionele onafhankelijk kan schaden” (reg. 3.7) en ze onthouden zich van buitenproportionele beloningen of giften die de professionele onafhankelijkheid zouden kunnen schaden.” Voor diëtisten die in de industrie werken geldt dat ze bij hun werk in reclame-uitingen alleen ingaan op voedingskundige kennis over de producten waar ze bij hun werkgever mee te maken hebben. Ze moeten zich echter onthouden van een mening of een verwachting over (de werking van) het product. Verder dient men de bronnen te kunnen overleggen waarop de kennis is gebaseerd en mag geen gebruik maken van tot personen herleidbare gegevens. Bij de diëtist geld dat collegae elkaar erop aanspreken als ze merken dat er niet volgens de gedragsregels wordt gehandeld (artikel 2.4).
Voedingswetenschappers die aangesloten zijn bij de Nederlandse Academie van  Voedingswetenschappen (NAV) hanteren een gedragscode waarin vergelijkbare eisen worden gesteld. Het ethische begrip “integriteit” vormt hier het sleutelwoord: NAV-leden geven altijd aan welke affiliaties ze hebben bij een publicatie en/of presentatie, zodat duidelijk is of er sprake is van conflicterende belangen. Als ze een uitspraak doen baseren ze zich op de meest actuele wetenschappelijke kennis en wanneer er een onderzoek gedaan is dat nog onvoldoende gevalideerd is worden de resultaten in een bredere context geplaatst zodat duidelijk wordt wat de waarde van dit onderzoek is voor anderen. Ook de NAV-leden dienen elkaar erop aan te spreken als er niet volgens de gedragscode wordt gewerkt. De NAW beschikt echter over vertrouwenspersonen waarmee een NAV-lid kan overleggen om te toetsen als hij/zij in conflict dreigt te komen met regels uit deze gedragscode.  

Consument met een klacht

Uiteraard dient een klacht eerst “in de minne te worden geschikt”, maar wanneer dit niet lukt kan er voor een klacht over een diëtist gebruik gemaakt worden van een klachtenorganisatie waar de diëtist bij aangesloten is, zoals de eigen beroepsorganisatie. Voor een klacht over een voedingswetenschapper licht het wat ingewikkelder: Het hangt er vanaf wat de aanleiding tot de klacht is en in wat voor hoedanigheid de voedingswetenschapper erbij betrokken is.

Foodwatch-rapport! Hoe nu verder?

In het rapport van Foodwatch en in de uitzending van consumentenprogramma “Radar” van maandag 21 oktober 2019 wordt een beeld geschetst dat diëtisten (en voedingswetenschappers) zich laten sponsoren en de adviezen die door de industrie geformuleerd worden zonder commentaar overnemen, maar dat ligt toch wat genuanceerder zoals Foodwatch zelf ook erkent op de laatste pagina’s van het rapport en de laatste alinea in de samenvatting van het rapport. De uitwassen die er in het rapport worden genoemd dienen zeker aangepakt te worden, het beleid richting de industrie en sponsoring dient herijkt te worden en het gesprek met de industrie dient meer transparant te worden gevoerd.


Geplaatst door Anneke Palsma op 24 October 2019