Ethiek binnen diëtetiek

In de vorige blog werd gesproken over de gedragscode voor diëtisten. Hieruit kan de indruk ontstaan zijn dat er binnen de gedragscodes alleen maar handelt om integriteit in het omgaan met industrie, maar een gedragscode strekt veel verder en staat bij veel meer onderwerpen stil, zoals het werken volgens evidence-based principes. Wat houdt dat nu eigenlijk in?

Evidence-based werken

Daarmee wordt bedoeld dat er bij het geven van voedings- en dieetadviezen uitgegaan wordt van de laatste stand van zaken binnen de wetenschap waarover men het eens is. Anders gezegd: bij het geven van een advies dat evidence-based is wordt er uitgegaan van de Richtlijnen Goede Voeding als het om een voedingsadvies gaat. Voor een dieetadvies gelden de Dieetbehandelingsrichtlijnen dan als basis van waaruit het dieetadvies wordt opgesteld.

Wanneer wordt er afgeweken van de Richtlijnen Goede Voeding?

Vaak komt bij het geven van het advies aan een individuele patiënt of een kleine groep patiënten voor dat er sprake is van een afwijkende situatie doordat de patiënt bijvoorbeeld in ploegendienst werkt, of omdat hij een andere voedingsgewoonte hanteert vanwege een religieuze overtuiging of ethische redenen. In dat geval moet er gekeken worden in hoeverre het advies dan toch overeenkomt met de Richtlijnen Goede Voeding, maar toch passend zijn voor deze patiënt.
Wanneer het om een dieetadvies gaat kan het zijn dat er een advies uitkomt dat niet helemaal overeenkomt met de Schijf van Vijf, omdat er bijvoorbeeld een indicatie is voor het gebruik van dieetpreparaten of aanvulling doormiddel van voedingssupplementen. Dieetpreparaten staan niet in de Schijf van Vijf omdat het geen basisvoedingsmiddelen zijn en omdat het hier gaat om bewerkte voedingsmiddelen. Voedingssupplementen worden niet geadviseerd in de basisvoeding, tenzij iemand tot een risicogroep behoort die kans heeft om een tekort aan voedingsstoffen te ontwikkelen

Wat als er nog geen evidence is?

Het kan echter ook voorkomen dat er nog geen evidence is voor een bepaalde behandeling, omdat er bijvoorbeeld sprake is van een zeldzaam voorkomende aandoening, of omdat een patiënt een combinatie heeft van verschillende ziektebeelden waarbij de adviezen met elkaar in strijd kunnen zijn. Wanneer het gaat om een ziektebeeld dat zelden voorkomt is het van belang om zelf op zoek te gaan naar wetenschappelijke informatie en om contact te zoeken met professionals (artsen, diëtisten, voedingswetenschappers) die kennis hebben over het ziektebeeld en ervaring hebben met het behandelen van deze patiënten. Door de patiënt naar hen te verwijzen biedt je de beste behandeling aan. Wanneer een patiënt meerdere aandoeningen tegelijkertijd heeft ga je op dezelfde manier te werk. Als dat bij een patiënt met meerdere aandoeningen niet lukt om deze door te verwijzen, maar er is wel kennis over kun je natuurlijk ook om supervisie vragen of juist eens met een groep collegae een intervisie houden hoe je dit kunt aanpakken.

Omgaan met nieuwe inzichten

Elke dag worden er nieuwe onderzoeken gepresenteerd. Vaak gaat het om een bekrachtiging van eerder uitgevoerd onderzoek, maar soms wordt er een nieuw inzicht belicht. Dat lijkt dan revolutionair of sterk afwijkend te zijn en heel soms ook veelbelovend. Bij zo’n veelbelovend onderzoek is het verleidelijk om dit gelijk in de praktijk toe te passen, maar voordat je dat als professional (diëtist) doet is het zaak om het onderzoek eerst eens goed te bestuderen of het werkelijk goed uitgevoerd is. Onderzoek bij dieren tellen we niet mee, want dat kan wel veelbelovende resultaten opleveren, maar dieren en mensen verschillen nogal van elkaar, waardoor resultaten uit dierexperimenteel onderzoek niet direct overgenomen kan worden bij mensen.
Verder geldt voor het beoordelen van onderzoek dat er wordt gekeken naar het type onderzoek, de groepsgrootte, of er geen verstorende factoren zijn die tot een vals-positieve of vals-negatieve uitslag hebben geleid. En natuurlijk geldt altijd: één onderzoek is géén onderzoek. Wetenschappelijk bewijs wordt pas echt sterk als het uit meerder onderzoeken aangetoond is en bij meerdere grote groepen is uitgevoerd op een vergelijkbare manier. Pas als het bewijs dan stevig staat kan worden overwogen om de Richtlijnen aan te passen. Een goed verstaander van deze tekst heeft al door dat het dus heel wat jaren kan kosten eer nieuwe inzichten echt in de praktijk kunnen worden gebracht.
Dat verklaart ook waarom Algemene Richtlijnen op een bepaald vakgebied niet zo snel veranderen.
Soms kan het echter wel zo zijn dat er een kleine groep of een enkeling is die voordeel kan hebben bij het vlot toepassen van een nieuw inzicht, maar voor het toepassen ervan moet een gedegen afweging worden gemaakt en dan kom je bij de ethiek van de diëtetiek terecht

Ethisch handelen en evidence-based handelen

Iedereen heeft wel een idee bij het woord “ethiek” maar als je nu vraagt aan mensen om dit begrip te omschrijven vallen de meeste mensen even stil. Wel zijn er verschillende termen die dan gelijk al naar boven komen zoals integriteit, betrouwbaarheid, rechtvaardigheid, etc. Dit zijn deugden die ook min of meer opgesloten liggen in de verschillende bepalingen in de beroepscode van de diëtist. Ze helpen bij het bepalen van het morele kompas. In de beroepscode voor diëtisten staat bijvoorbeeld dat de diëtist verantwoording kan afleggen over zijn handelen (1.4), dat hij zijn kennis en vaardigheden op peil houdt, voortdurend bijschoolt en deelneemt aan intervisie (1.5), dat hij handelt conform de  stand van de wetenschap (1.7),  dat hij voorzichtig te werk gaat bij het toepassen van nieuwe methoden en technieken (1.8) en dat hij geen handelingen verricht die buiten zijn deskundigheid liggen (4.3). Wie dit goed (begrijpend) leest zal hieruit gelijk de conclusie kunnen trekken dat een diëtist die deze gedragscode serieus neemt dus geen hypes navolgt en adviezen geeft die gebaseerd zijn op drijfzand.

Hypes en nut gedragscode diëtist voot de consument

De hypes volgen elkaar in een rap tempo op. Voor de consument is het lastig om onderscheid te maken tussen feit en fictie in voedingsland. Diëtisten horen hier leidend in te zijn. Wellicht een idee om een soort handleiding of database te maken voor de consument wat gangbare evidence-based voedingskundige en diëtistische behandelingen zijn.
Zolang deze database er nog niet is, is het verstandig voor de consument om ook zijn GBV te gebruiken, oftewel Gezonde Boeren Verstand. Oh ja: en laat je hoofd niet op hol brengen door allerlei voedingstherapieën, voedingssupplementen, pillen en poeders die een quick fix beloven. Voor de mensen die wel het idee hebben dat dit wondermiddelen zijn om gewicht te verliezen geldt dat het hier slecht om een zeer plaatselijk gewichtsverlies gaat: je portemonnee en spaarrekening worden er wel aanmerkelijk lichter van in een rap tempo, terwijl het verloren gewicht er vaak sneller weer bij is dan het verloren saldo.
Diëtisten die de gedragscode goed interpreteren zullen zulke afvalproducten zeker niet (langdurig) aanraden.


Geplaatst door Anneke Palsma op 1 November 2019