40 jaar veranderende adviezen?

Consumenten vragen zich vaak af waarom adviezen van voedingswetenschappers en diëtisten steeds aan verandering onderhevig zijn. Ook vragen ze zich af waarom “we “ elkaar soms tegenspreken. En waarom geeft een diëtist niet graag een serie kant-en-klare dagmenu’s, maar krijgt de patiënt vooral algemene richtlijnen. Wat is het verschil tussen een voedingswetenschapper en een diëtist?

Van voedingsstof naar voedingspatroon en voedingsonderzoek

Zo ongeveer één keer per tien jaar worden de richtlijnen voor een goede voeding  in Nederland herzien. Bij de voedingsrichtlijnen wordt er eerst gekeken hoe de ziektelast van de meest voorkomende ziekten in Nederland door middel van algemene voedingsadviezen kan worden verminderd. In het verleden werd daarbij vooral gekeken naar de invloed van voedingsstoffen op ziekte en gezondheid, maar omdat niemand aparte voedingsstoffen eet wordt sinds enkele jaren naar de invloed van (groepen) voedingsmiddelen en voedingsgewoonten gekeken op ziekte en gezondheid.
Als het gaat om een voeding die aangepast moet worden vanwege medische redenen spreken we van een dieet. Voor het vaststellen van algemene dieetrichtlijnen voor de verschillende ziekten wordt op dezelfde manier te werk gegaan als bij het samenstellen van de richtlijnen goede voeding.

Wijzigende inzichten

Bij het opstellen van richtlijnen wordt er altijd uitgegaan van de laatste stand van zaken in onderzoek. Omdat er echter nog altijd veel onzekerheden zijn in de voedingswetenschap wordt er steeds weer nieuw onderzoek uitgevoerd. Dat leidt vervolgens weer tot nieuwe inzichten. Daarbij gaat het niet gelijk om gigantische verschuivingen. Het onderzoek leidt eerst tot verder onderzoek om alles zo helder mogelijk te krijgen. Wanneer uit meerdere onderzoeken blijkt dat “we” andere conclusies kunnen trekken leidt dat eerst tot discussie of de nieuwe onderzoeksuitkomsten vertaald moeten worden in nieuwe aangepaste voedingsrichtlijnen. Pas als blijkt dat dit het geval is wordt er gekeken hoe de gewijzigde inzichten dan praktisch uitgelegd moeten worden. Daarbij gaat het meestal niet om heel spectaculaire wijzigingen, maar voor consumenten lijkt dat vaak wel zo, omdat ze het traject van de eerste berichten over nieuwe onderzoeksuitkomsten, de vervolgonderzoeken en de discussie hierover vaak niet meekrijgen, omdat zich dat doorgaans afspeelt tussen voedingswetenschappers en diëtisten.

Geen kant-en-klaar verhaal

Algemene voedings- en dieetrichtlijnen worden altijd weergegeven in (groepen) voedingsmiddelen en voedingsstoffen. De individuele consument komt vrijwel nooit overeen met de patiënt “uit het boekje”. Daarom zijn altijd persoonlijke aanpassingen nodig. Omdat de diëtist eigenlijk het liefst ziet dat de patiënt zelf voldoende kennis heeft om een goed dagmenu vast te stellen wordt er hooguit een heel algemeen voorbeelddagmenu meegegeven waarbij de patiënt dan zelf allerlei afleidingen van dat voorbeelddagmenu kan maken. Daarvoor is het nodig dat een patiënt etiketten leert lezen waardoor de patiënt beter in staat is om verantwoorde en smakelijke voedingskeuzes te maken.

Verschil voedingswetenschapper en diëtist

Een voedingswetenschapper is iemand die een universitaire opleiding op het gebied van de voedingswetenschap succesvol heeft voltooid en hij/zij mag de titel Drs. of MSc. voeren. Daarna kan de voedingswetenschapper eventueel nog een promotieonderzoek uitvoeren om de graad van Doctor (Dr) of PhD te verkrijgen. Een voedingswetenschapper is analytisch geschoold en heeft ervaring opgedaan in het uitvoeren en mee opzetten van wetenschappelijk onderzoek. Voedingswetenschappers die alleen een universitaire opleiding hebben gevolgd zijn meestal minder/niet goed op de hoogte van diëtetiek, oftewel voeding die bij de verschillende ziekten wordt geadviseerd. 
Een diëtist is een professional die de HBO Voeding en Diëtetiek succesvol heeft afgerond. Een diëtist is vooral praktisch opgeleid en mag in staat worden geacht om wetenschappelijke onderzoeken te lezen, praktisch onderzoek mee uitvoeren en de inzichten te vertalen naar de praktijk van individuele patiënten.

40 jaar beroep van de toekomst?

Ik ben zowel voedingswetenschapper als diëtist. Op 15 november 2019 is het veertig jaar geleden dat ik afstudeerde aan de HBO Voeding en diëtetiek. Dat is een mooie mijlpaal die ik graag wil benoemen in deze blog. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw werd gesteld dat het beroep “diëtist” echt een beroep van de toekomst was. Omdat ik nieuwsgierig (van aard) ben was het voor mij de normaalste zaak om gelijk vanaf het afstuderen vooral veel vakliteratuur te lezen om goed op de hoogte te blijven. Omdat ik me altijd afvroeg hoe het bijstellen van adviezen in zijn werk ging bleef ik lezen en leren. In 1996 leidde dat er toe dat ik begon met de wetenschappelijke opleiding Voeding en Toxicologie aan de Open Universiteit. Deze opleiding rondde ik in 2003 succesvol af. Tijdens deze studie werd door een van de docenten opgemerkt dat dit een studie was van de toekomst. Toch blijkt telkens weer dat het vooral een vak is in het hier en nu.

Voedingskennis delen is kennis vermeerderen

Het voedingsvak blijft altijd boeien. Als diëtist ben je altijd bezig met het individu en als je als wetenschapper naar voeding kijkt, is dat doorgaans op een grotere groep gericht. Voedingswetenschappers en diëtisten kunnen niet zonder elkaar. In de veertig jaar na mijn afstuderen als diëtist is er veel veranderd, maar er is ook veel gelijk gebleven. De algemene richtlijnen zijn niet schrikbarend veel veranderd in de afgelopen jaren, hoewel de consument dat natuurlijk anders kan ervaren. De hypes komen en gaan, kennis is gemakkelijker bereikbaar via internet en andere media. Daardoor kan de consument gemakkelijker (ver)dwalen in het grote aanbod van voedingsinformatie.
Doordat de snelheid waarmee informatie zich tegenwoordig verspreid via (sociale) media is het voor professionals nodig om steeds te blijven lezen en geïnformeerd te blijven en het “nieuws” te vertalen voor de eigen doelgroepen. Het onderscheiden van nep- en echt nieuws is belangrijker dan ooit.
De consument wordt kritischer, maar dat geldt ook voor de beroepsbeoefenaren.
Ik geniet van mijn vak en hoop nog lang kritisch te blijven. In de veertig jaar na mijn afstuderen leerde ik het meeste van mijn patiënten en collega’s en dat hoop ik nog heel wat jaren te blijven doen, want kennis delen is kennis vermeerderen en daar worden we allemaal rijker van.


Geplaatst door Anneke Palsma op 15 November 2019