Storm in een glas melk

De kans op hart- en vaatziekten wordt niet groter of kleiner door het drinken van melk. In november 2010 werd ten onrechte door de Universiteit van Wageningen gemeld dat het drinken van melk wél een lagere risico geeft op hart- en vaatziekten. Aanleiding voor dit bericht was een onderzoek naar de invloed van melk op hart en vaatziekten, waarin echter een meer genuanceerde conclusie werd gegeven. Het bewuste persbericht leidde dan ook tot een meningsverschil tussen de Wageningse voedingskundigen en de bekende Amerikaanse voedingswetenschapper Walter Willet, een van de medeauteurs van het artikel over dit onderzoek.
Uiteindelijk werd  het eerder uitgegeven persbericht op 19 oktober 2011 herzien.

Invloed melk op hart- en vaatziekten

In het artikel dat in november 2010 werd gepubliceerd staat dat het drinken van melk mogelijk tot een lager risico op hart- en vaatziekten leidt, maar de onderzoekers geven erbij aan dat het aantal personen waarop deze conclusie is gebaseerd te klein is. Er is meer onderzoek met grotere deelnemersaantallen nodig om een goede uitspraak te doen. Pas dan kan er een advies worden gegeven over melkgebruik in relatie tot hart- en vaatziekten.
Dit wordt ook door Willet in zijn lezing in Lof Der Geneeskunst, gehouden  op 23 september 2011, beaamt. Hij maakt echter de kanttekening dat hoge inname van melkproducten tot een groter risico op hart- en vaatziekten kan leiden, doordat meer gebruik van melkproducten doorgaans ook tot een hogere vetinname leidt. Daarom stelt Willet dat melk geen invloed heeft op hart- en vaatziekten.

Waarom dan toch onenigheid tussen de wetenschappers?

In het persbericht van november 2010, waarin Joris Driepinter de reclameheld uit de zestiger jaren nog eens ten tonele wordt gevoerd, wordt door de Universiteit van Wageningen gezegd dat het drinken van melk wél leidt tot een lager risico op hart en vaatziekten, maar er werd niet bij vermeld dat het totaal aantal deelnemers aan de onderzoeken te klein was voor het trekken van zo’n harde conclusie. Bovendien is in het bericht niet meegenomen dat uit andere onderzoeken blijkt dat meer gebruik van melkproducten voor een hogere vetinname zorgt en dat leidt tot een groter risico op hart- en vaatlijden. Daarom eiste Willet een rectificatie van dit bericht en dat werd op 19 oktober ingewilligd. 

Hoe is het onderzoek uitgevoerd?

In het onderzoek is gekeken of de resultaten uit studies over dit onderwerp konden worden samengevoegd. Uiteindelijk bleven er vier artikelen over waarbij de gegevens over melkinname en hart- en vaatziekten op een vergelijkbare manier waren gerapporteerd. Het totale deelnemersaantal van de vier studies was te laag, waardoor er geen harde uitspraak kan worden gedaan.  
Bij het trekken van een conclusie moet verder rekening worden gehouden met resultaten uit andere onderzoeken die zich ook met deze vraag bezig gehouden hebben vanuit een andere invalshoek, zoals relatie tussen vetinname door zuivelgebruik en hart- en vaatziekten.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Op basis van deze onderzoeksgegevens is het raadzaam om halfvolle en magere melkproducten te gebruiken, zodat de vetinname door melkproducten wordt beperkt. Dit komt keurig overeen met het advies van het Voedingscentrum wordt gegeven.
De storm in een glas melk is voor de wetenschappers voorlopig gaan liggen en ik hoop dat dit ook het geval is voor de lezers van mijn blog.


Geplaatst door Anneke Palsma op 27 October 2011