Olympische verwarring

Op 27 juli gaan de Olympische Spelen weer van start. Vorige week meldde ik dat er binnen de sport te weinig aandacht is voor sport-specifieke voeding, maar een wetenschappelijk tijdschrift berichtte dat het bewijs voor de gunstige effecten van sportsupplementen ontbreekt. Hier werd voornamelijk gekeken naar het nut voor de gewone consument, maar de vraag of sportvoedingspreparaten en sport-specifieke supplementen wel voordeel kunnen bieden aan (top)sporters bleef echter onbeantwoord. Beide berichten spreken elkaar tegen en dat leidt tot een Olympische verwarring.
Wat zegt de Europese Voedsel en Warenautoriteit, het EFSA en het NOC*NSF? Hoe luiden de voedingsadviezen voor sporters? Zijn sportdranken gezond voor de consument?

Voedingsadviezen voor de verschillende typen sporters

Een recreatiesporter die 1 à 2 uur per week aan zijn sport besteedt, kan volstaan met de Richtlijnen Goede Voeding.
Bij de wedstrijdsporter die 7 tot 10 uur per week traint, is het afhankelijk van de tak van sport of er specifieke adviezen nodig zijn. Een dammer of een schaker heeft ook voldoende aan een goede basisvoeding, maar een wielrenner of een judoka die zoveel traint, kan voordeel hebben bij extra voeding en/of vocht. Een topsporter die 3 tot 6 uur per dag met zijn sport bezig is, kan doorgaans niet voldoende binnen krijgen als hij zich beperkt tot basisvoedingsmiddelen. 

Wat is er extra nodig?

Een duursporter heeft zijn brandstofreserves na anderhalf uur intensieve arbeid  opgebruikt en moet dan ‘tanken’. Een wielrenner heeft geen tijd om stilstaand een boterham en een banaan te nuttigen en rustig een beker water te drinken. Een energiereep kruimelt minder en is gemakkelijker vast te houden, want op de fiets moet je ook gelijk kunnen sturen en remmen.  
Een krachtsporter heeft extra eiwit nodig voor de opbouw en herstel van spierweefsel, omdat hij tijdens zijn sport spierweefsel afbreekt.
Tijdens inspanning loopt de lichaamstemperatuur op en de sporter gaat zweten. Daarom is extra vochttoevoer noodzakelijk. Dit geldt zelfs voor vierdaagse-lopers en amateurtennissers. Wanneer er onvoldoende gedronken wordt ontstaat uitdroging.
Cohen geeft in haar overzichtsartikel in het British Medical Journal dat sportsupplementen niet werken en dat uitdroging geen ziekte is, maar dit filmpje toont geen gezonde situatie. Maar er zijn ook andere meningen.  

Werkzame supplementen volgens NOC*NSF vergeleken met EFSA-claims

De commissie Wetenschappelijke Ondersteuning Topsport van NOC*NSF heeft een overzicht van werkzame supplementen voor sporters in een factsheet op haar site geplaatst. Vergelijking van dit overzicht met de toegekende claims van de Europese Voedsel en Warenautoriteit de EFSA leert dat de volgende claims voor (top)sporters zijn erkend: cafeïne verbetert de alertheid; dagelijks gebruik van 3 g creatine heeft een positief effect bij sporters die explosieve krachtsinspanningen gedurende een kort moment moeten leveren en wei-eiwit zorgt voor een snellere aanmaak van spierweefsel en een beter herstel na krachttraining. De EFSA concludeert ook dat vitamines en mineralen zinvol zijn bij de behandeling en ter voorkoming van een slechte voedingsstatus. Topsporters hebben door hun energiegebruik een verhoogde behoefte aan vitamines en mineralen die ze met een goede voeding binnen kunnen krijgen, maar wanneer dat niet lukt is aanvulling nodig.
En in tegenstelling tot berichtgeving in de media en het British Medical Journal van 18 juli 2012 vindt EFSA gebruik van isotone sportdranken het duurvermogen bij duursporters verbetert, maar ze zijn niet bedoeld voor de gewone consument.
Béta-alanine, glucosamine/chondroïtine, probiotica en quercitine staan ook op de factsheet werkzame supplementen van NOC*NSF vermeld, maar de beoogde effecten worden niet door de EFSA bevestigd. Waarom worden ze dan toch door het NOC*NSF als werkzaam beschouwd?

Bridging the gap

Er zijn onderzoeken waarin een gunstige werking voor (top)sporters van béta-alanine, glucosamine/chondroïtine, probiotica en quercitine wel wordt bevestigd. Binnen de topsport gaat het om details: 0,001 seconde is het verschil tussen winnen en verliezen. Sporters en hun begeleiders zijn altijd op zoek naar beter en er wordt ingezet om de lacune tussen ervaring en bewijs te overbruggen en het bewijs te bekrachtigen.
Een topsporter die supplementen wil gebruiken doet er verstandig aan om zich door een sportarts en diëtist te laten adviseren, ongeacht het niveau waarop hij of zij zijn of haar sport beoefent. En voor de sporter die in aanmerking kan komen voor dopingcontroles geldt natuurlijk altijd “gebruik NZVT!”
Maar de recreatiesporter en de consument hebben doorgaans geen aanvullingen nodig.

De Olympische ontwarring

Omdat sporters bepaalde voedingssupplementen gebruiken denkt de consument al gauw dat het gezond is. Zo wordt sportdrank massaal verkocht en zelfs kinderen krijgen het onder het mom van “gezond”, maar een glas Cola, 7-up of vruchtensap bevat evenveel suiker als een glas sportdrank.
Mensen die weinig bewegen en kinderen kunnen beter water of thee zonder suiker als dorstlesser nemen.


Geplaatst door Anneke Palsma op 26 July 2012