Slimme voeding???

Door een aantal universiteiten wordt gewerkt aan voeding die op tijd een signaal aan onze hersenen moet geven wanneer we voldoende hebben gegeten, om eetbuien te voorkomen. Ook wordt er gewerkt aan medicijnen die ons gevoeliger moeten maken voor verzadiging. Deze producten hebben uiteindelijk als doel om de obesitasepidemie aan te pakken. In het verleden zijn vaker voedingsmiddelen ontwikkeld waarvan beweerd werd dat ze eetlustremmend zouden werken of de opname van vet uit voeding zouden blokkeren. In de praktijk is het moeilijker om zo’n product te ontwikkelen dan er wordt gedacht. Utopie of een marketingtruc? En wat is de winst van zo’n onderzoek?

Optimelistische Fabel

Het is nog maar zes jaar geleden dat Optimel, een dochteronderneming van Campina het product Fabuless op de markt bracht. Dit product is slechts kort in de handel geweest. Fabuless bevatte een olie-in-water emulsie die bestond uit palmolie en haverolie die het product een volle smaak gaf. De vetemulsie zorgde voor een tragere vertering, waardoor  het gevoel van verzadiging langer zou duren. Ook zou Fabuless ervoor zorgen dat er bij de volgende maaltijd 10-15% mindere energie of calorieën worden ingenomen, maar dit werd in onderzoeken niet bevestigd.
Naast het verhogen van verzadiging is in het verleden ook ingezet op het blokkeren van de vetopname uit de voeding.

Olestra

In 1996 werd olean, soort namaakvet door Procter and Gamble ontwikkeld dat de merknaam Olestra meekreeg. Olestra wordt toegepast in zoutjes en chips, zodat de volle smaak behouden blijft, maar het blokkeert de opname van vet uit de voeding. Volgens de website van olean is Olestra in 22, voornamelijk Zuid-Amerikaanse en Aziatische landen toegelaten. 
Op de website wordt verwezen naar een handjevol wetenschappelijke onderzoeken waarin gewichtsreductie werd aangetoond. De site meldt niets over de bijwerkingen, terwijl gebruikers klachten ervaren als misselijkheid, winderigheid en vetdiarree. Het nadeel van een producten als Olestra is dat het de opname van de in vet oplosbare vitamines A,D, E en K remt en daardoor kan veelvuldig gebruik op langere termijn mogelijk tot tekorten aan deze vitamines leiden.

Overeenkomst tussen al deze middelen

Deze functionele voedingsmiddelen beloofden veel, maar in onderzoek werden geen blijvende gewichtsafname of een verminderde energie-inname aangetoond. Er is sprake van een symptomatische aanpak. De consument kan gaan denken dat er meer gegeten kan worden en dat er minder opgelet hoeft te worden bij de inkoop en de bereiding van de maaltijden. Het verstoorde evenwicht tussen energie-inname, verzadiging en energieverbruik wordt niet blijvend aangepakt.
Elke keer wordt de hoop van mensen met overgewicht en obesitas aangewakkerd en weer teniet gedaan.
Toch geloven de onderzoekers dat er een stap voorwaarts gemaakt kan worden.

Welke winst kan dit onderzoek bieden?

Het is nog steeds niet duidelijk welke voedingsstoffen invloed hebben op de balans tussen energie-inname en verzadiging. Er is wel bekend hoe darmhormonen het honger en verzadigingscentrum in de hypothalamus beïnvloeden, maar er is weinig informatie hoe – en welke voedingsstoffen en voedingsmiddelen hier een rol in (kunnen) spelen. Daarnaast is niet duidelijk wat de invloed vanuit andere hersengebieden waar ook signalen van darmhormonen worden verwerkt op het honger- en verzadigingscentrum.
Ook weten we niet of deze invloeden gedurende de verschillende levensfasen veranderen en of dit verschilt tussen mannen en vrouwen en mensen met onder- normaal of overgewicht.
Meer begrip van de invloed van specifieke voedingsstoffen en voedingsmiddelen op alle mechanismen die honger en verzadiging regelen kan leiden tot gerichtere voedingsadviezen gedurende de verschillende levensfasen en voor verschillende doelgroepen om overgewicht tegen te gaan en te behandelen.

De vette adder onder het gras

Wanneer een voedingsstof geïdentificeerd wordt kan deze ook extra worden toegevoegd aan voedingsmiddelen, zodat er minder van gegeten wordt. Dat kan een vals gevoel van veiligheid geven, want er hoeft niet meer opgelet te worden wat er verder gegeten wordt. Ook kan het prima dienen als aflaat, omdat het functionele voedingsmiddel “de eetlust remt” en er dus niet meer op de portiegrootte van andere maaltijden hoeft te worden gelet. Een prachtig voorbeeld van symptoombestrijding. De productie van zo’n functioneel voedingsmiddel kost natuurlijk meer geld dan een gewoon voedingsmiddel. En dat is nou het grote voordeel van zo’n voedingsmiddel. De producenten kunnen hun kas weer spekken ten koste van het volk.
Als dit de toepassing wordt heet het gewoon misleiding. En dan verdient het eerder de naam sluwe dan slimme voeding.


Geplaatst door Anneke Palsma op 16 August 2012