Winst door claimswetgeving

Vanaf 14 december 2012 zijn alleen claims op voedingsmiddelen en –supplementen toegestaan die door de Europese Voedsel en Warenautoriteit (EFSA) zijn goedgekeurd. Veel claims zoals die van sportvoedingssupplementen hebben de toetsing aan de huidige wet door de EFSA niet doorstaan. Dat lijkt verlies, maar kan winst opleveren als er beter ingezet wordt op het gebruik van basisvoeding…

Wat ging er allemaal vooraf?

In het verleden kon een fabrikant gezondheidsclaims op de verpakking van voedingsmiddelen vermelden zoals “Goed voor hart- en vaatziekten”, of “voorkomt botontkalking”, maar de wetenschappelijke onderbouwing rammelde nogal eens. Daarom heeft de Europese Unie in 2006 een regelgeving voor claims vastgesteld om ervoor te zorgen dat in alle Europese landen dezelfde regels voor de wetenschappelijke onderbouwing en dezelfde formulering in de claims worden toegepast. Om dit te realiseren zijn alle bestaande claims inhoudelijk bekeken en per voedingsmiddel of voedingssupplement opnieuw beoordeeld. Hiervoor moest de producent allerlei onderzoeksgegevens aanleveren waaruit bleek of de wetenschappelijke onderbouwing van de claim solide genoeg was. De aangeleverde studies zijn vervolgens door een commissie van de EFSA beoordeeld en per voedingsmiddel in een rapport samengevat waarin een conclusie werd gegeven of de claim werd goedgekeurd of niet. Van de claims die er werden ingediend is slechts 8% goedgekeurd.

Gezondheidsclaims voor voedingsmiddelen lastig

Voor het toekennen van de claims werd er naar drie criteria gekeken, namelijk of het voedingsmiddel of de voedingsmiddelengroep helder was omschreven, of het effect dat werd vermeld in de claim ook correct was geformuleerd en echt meetbaar was en of de wetenschappelijke onderbouwing sterk genoeg was om er een harde conclusie aan te verbinden. Voor veel  gezondheidsclaims voor voedingsmiddelen zijn moeilijk harde bewijzen te geven, omdat voedingsmiddelen bestaan uit een verzameling van voedingsstoffen. Als er een meetbaar effect is, is het lastig om aan te geven welke voedingsstof daarvoor verantwoordelijk is, omdat voedingsmiddelen nu eenmaal uit veel voedingsstoffen bestaan die elkaar ook onderling kunnen beïnvloeden. Daarnaast bestaat een dagvoeding uit meerdere voedingsmiddelen en zijn er nog veel meer factoren te noemen die invloed kunnen hebben op het beoogde effect. Kortom het is heel lastig om harde wetenschappelijke bewijzen te geven voor de geclaimde effecten. Daarom rijst de vraag wat de voordelen zijn van de invoering van deze claimswetgeving.

Voedingsclaims gemakkelijker te beoordelen

En voedingsclaim heeft betrekking op het gehalte van een voedingsstof in een voedingsmiddel, bijvoorbeeld vezels of zout. Een voedingsclaim mag echter pas worden gevoerd als aan een aantal voorwaarden die in de Europese claimsverordening vanaf pagina 25 tot en met 28 nauwkeurig zijn omschreven. Een voorbeeld van een voedingsclaim die aan de eisen voldoet is “eiwitrijk”, als ten minste 20% van de energie (calorieën) door dit voedingsmiddel wordt geleverd door eiwitten. Wanneer het echter om een vitamine, mineraal of spoorelement gaat mag de vermelding “bron van ….” pas worden gevoerd als het voedingsmiddel meer dan 30% extra van de bedoelde voedingsstof bevat. Voor voedingsmiddelen die minder van een voedingsstof bevatten dan een vergelijkbaar product mag de term verlaagd alleen worden gevoerd als het gehalte ook werkelijk 30% lager ligt dan normaal.

Light en lite nog steeds (te) vet

De term “light” mag vanaf 14 december 2012 alleen worden gebruikt als een voedingsmiddel  ook werkelijk 30% minder van een bepaalde voedingsstof bevat dan het oorspronkelijke product, maar dan dient er wel bij vermeld te worden om welke voedingsstof het gaat. In het geval van chips geldt dan dat light chips 22% vet mag bevatten in vergelijking met “gewone” chips die 33% vet bevat.
Dat is eerlijke informatie, maar uit onderzoek blijkt dat de consument nog steeds denkt dat light gezonder is, vanwege de term “light”. Naast de claimswetgeving blijft voedingseducatie nodig om de consument te helpen bij het maken van bewuste keuzes. Wat is dan de winst van de claimswetgeving voor een goede voeding?

Claimwetgeving beschermt de consument

Door deze wetgeving wordt de consument beter beschermd tegen claims die onzinnig zijn, niet bewezen, aanzetten tot het eten van enorme hoeveelheden van een specifiek voedingsmiddel omdat dit gezond zou zijn, de suggestie wekken dat “gewone” voeding onvoldoende van bepaalde voedingsstoffen zou bevatten, of zinspelen op veranderingen die de consument angst in kunnen boezemen. Het invoeren van deze wetgeving lijkt dus een prima initiatief om de consument te beschermen tegen de bovenstaande nadelen van niet gecontroleerde en onderbouwde claims, maar toch zit er een addertje onder het gras.

Voedingsmiddelen ingewikkelder dan medicijnen

De claims voor de voedingsmiddelen en voedingssupplementen zijn op dezelfde wijze beoordeeld als claims die er voor medicijnen worden gehanteerd. Voor medicijnen werkt deze procedure wel naar tevredenheid, omdat medicijnen vaak uit een enkele werkzame stof met enkele hulpstoffen bestaan. Hierdoor is een harde wetenschappelijke onderbouwing van een claim veel gemakkelijker aan te leveren. Zie hiervoor ook: Voedingsmiddelen en voedingssupplementen complexer dan medicijnen.
Voor sporters lijkt het echter of de claims toch anders worden uitgelegd.

Claims voor sportervoedingspreparaten

Binnen de sport worden specifieke voedingsmiddelen, zoals eiwit- en koolhydraatpreparaten en sportvoedingssupplementen, gebruikt die tot doel hebben om de gezondheid te beschermen en de prestatie te verbeteren. Voor sporters is het ook belangrijk ze alleen sportvoedingspreparaten gebruiken die werkzaam zijn. Daarom is het voor hen raadzaam om zich goed te laten adviseren over het nut en de wijze van gebruik van sport-specifieke voedingspreparaten en voedingssupplementen. Sporters zijn geneigd om een voedingssupplement te gebruiken voordat de werkzaamheid echt is aangetoond. Bij de claims zoals de EFSA deze beoordeeld wordt er uitgegaan van het gebruik in gangbare hoeveelheden. Van de sport-specifieke supplementen kregen alleen cafeïne en creatine een positieve beoordeling van de EFSA. Binnen de sport worden soms grotere hoeveelheden van een bepaald product gebruikt en de omstandigheden rondom het gebruik wijken af. Daarom dient bij de claims voor sport-specifieke voedingsmiddelen eigenlijk benadrukt te worden dat deze claims alleen gelden voor de sporters in specifieke situaties en bepaalde hoeveelheden.
Sporters zijn zich vaak niet bewust dat ze al heel veel kunnen doen met de gewone basisvoeding.

Basisvoeding nodig voor solide …. basis

Voor iedereen is het goed om gezond te eten, maar voor sporters is het daarnaast ook belangrijk dat ze hun prestaties (willen) verbeteren. Daarvoor is een goede timing van de voeding nodig. Vaak weet men wel welke brandstof er in de auto wordt getankt, maar is er minder aandacht voor de timing van de eigen inname van brand-, bouw- en beschermende stoffen. Vaak wordt er veel verwacht van supplementen, terwijl er door een betere onderlinge verhouding en een goede timing van de maaltijden nog veel winst is te behalen, zowel voor de gewone consument als de (top)sporter. Het is te hopen dat de claimswetgeving er aan bijdraagt dat minder vaak gegrepen wordt naar supplementen die niet werken.

Supplementen en dopingrisico

Voor sporters die voor een dopingcontrole in aanmerking kunnen komen geldt dat het gebruik van supplementen kan leiden tot onbedoelde dopingovertredingen, doordat ze sporen van dopinggeduide stoffen kunnen bevatten. Hierdoor kan een sporter een positieve dopingtest afleveren. Om sporters toch supplementen te laten gebruiken wanneer dit echt nodig is, is in Nederland het Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport ingevoerd. Op de NZVT-lijst staan allerlei voedingssupplementen vermeld die getest zijn op de aanwezigheid van dopinggeduide stoffen. De NZVT-status geldt echter alleen voor de batches die op deze lijst staan vermeld. Let er dus wel op dat het batchnummer volledig overeenkomt met het lotnummer op de verpakking van het supplement dat je gebruikt.

Meer weten?

Neem dan gerust eens contact op.


Geplaatst door Anneke Palsma op 13 December 2012