Solidariteit en jojodenken

De Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) pleit voor een eerlijke verdeling van de zorgkosten. Solidariteit houdt in dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De RVZ wil preventie vooral richten op de groepen die ongezond leven, maar zij moeten wel betalen voor de consequenties van hun leefstijl. Er wordt een nieuwe trend ingevoerd: het jojodenken.

Principe van de wederkerigheid

De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) vindt dat mensen die gezond leven moeten worden beloond en mensen die ongezond leven vaker moeten opdraaien voor hun eigen ziektekosten. Dit idee is niet nieuw, want Menzis introduceerde vorig jaar een systeem waarbij punten gespaard konden worden door gezond te leven.
Mensen met een lagere sociaal economische status (SES) zijn doorgaans lager opgeleid, ze hebben minder toegang tot informatie, ze leven vaker in ongezonde omstandigheden en hebben daardoor een grotere zorgbehoefte.
Het idee om ongezond leven te bestraffen vindt gehoor bij veel mensen die zelf geld voldoende hebben om gezonde keuzes te maken en geen problemen hebben om een gezonde leefstijl erop na te houden. Zij zien het als een beroep op de onderlinge solidariteit door iedereen zelf verantwoordelijk te stellen voor de eigen gezondheid. Het rapport van de RVZ is gebaseerd op een paar achtergronddocumenten.

Laten we solidair zijn in de zorg

In het rapport “Feitelijke en gewenste solidariteit in de zorg” wordt gesteld dat de zorgkosten het hoogst zijn bij de hoogste inkomens en jongere mensen, terwijl het erop lijkt dat de zorgkosten door een ongezonde leefstijl zullen toenemen. Omdat dit met name geldt voor mensen met een lage SES is het voor deze groep belangrijk om in te zetten op preventie. Hierbij zou dan ook gelijk ingestoken kunnen worden om de zorgkosten die het gevolg zijn van een ongezonde leefstijl gelijk te verhogen, terwijl deze groep een veel lager inkomen heeft. Wanneer de zorgverzekeringsheffing inkomensafhankelijk wordt gemaakt, wordt deze groep meer ontzien bij deze belasting.
De invoering van een inkomensafhankelijke zorgverzekering strandde echter in het najaar van 2012, omdat de rijkere Nederlanders niet wensten mee te betalen aan de zorgkosten voor de minder bedeelden. De solidariteit wordt dus voornamelijk gezocht bij de (minder vermogende) burgers die minder kansen hebben, als gevolg van minder opleiding etc. Toch denkt de RVZ dat er aangestuurd kan worden op gepast zorggebruik.

Afgepast basispakket

In het basispakket dienen alleen de meest noodzakelijke zorgkosten te worden vergoed. Hierbij zijn criteria als werkzaamheid, doelmatigheid en productie leidend. Het verleden heeft geleerd dat er dan soms rare besluiten worden genomen zoals het schrappen van de dieetzorg uit het basispakket. Zo werd de kosteneffectiviteit van de diëtist verkeerd ingeschat en herhaling van zulke zetten is in de toekomst niet uit te sluiten.
Verder vindt de RVZ dat er voor sommige vormen van zorg, zoals voor de geestelijke gezondheidszorg eerst een eigen bijdrage moet worden betaald, voordat verdere zorg vergoed kan worden. Dit gaat uiteraard ten koste van de toegankelijkheid en gezondheid wordt zo een goed dat alleen door rijken kan worden ingekocht. Kortom een loflied op het marktdenken.

Ongezond gedrag en ziekte

De RVZ pleitte al eerder om meer in te zetten op preventie van welvaartsziekten. Eigenlijk is dat een vreemde term als je bedenkt dat deze ziekten zich voornamelijk voordoen bij mensen met een lage SES. Zij staan vaker bloot aan ongezonde omgevingsfactoren. Bevorderen van opleiding en arbeidsdeelname kunnen voor betere leefomstandigheden, welzijn en welvaart zorgen, maar daarvoor wordt momenteel ook onvoldoende geld ingezet.
Tot nu toe werden ze nauwelijks betrokken bij de ontwikkeling van preventieprogramma’s, maar wie met hen in gesprek gaat (zie vooral pag. 54 4n 55) merkt dat ze worstelen met een gezond leven. Ze hebben in het algemeen een negatief beeld van de overheid. Volgens hen zijn gezondheidscampagnes door gezonde mensen bedacht en ze staan ver van hun leefwereld. Bovendien zorgen tegenstrijdige adviezen voor verwarring.

Jojobeleid afschaffen

De rapporten van de RVZ getuigen van jojodenken en dito beleid. In december 2011 riep de RVZ op om meer te investeren in preventie, zodat de levensverwachting van laaggeschoolden kan worden verbeterd. Deze week vindt de RVZ dat ze moeten worden gestraft voor de consequenties van ongezond gedrag. Dit doet denken aan de oude theorieën van Skinner. Deze onderzoeker had namelijk uitgevonden dat je ratjes bepaald gedrag kon afleren als je het ongewenst gedrag bestrafte en een beloning gaf na een gewenste handeling. De RVZ legt de verantwoordelijkheid voor gezondheid bij de burger(s) terwijl de overheid steeds meer terugtreedt en de mark vrij spel krijgt, waardoor gezondheidszorg minder toegankelijk wordt voor de minder kapitaalkrachtigen.
Dit is een vorm van jojodenken en jojobeleid met jojo-interventies: We doen het wel-niet-wel-niet-wel-niet, etc. En de wederkerigheid ontbreekt…oor

Wederkerigheid moet van twee kanten komen

Het steekt dat er geen maatregelen worden genoemd om de hogere inkomens in de zorg gelijk terug te schroeven naar de Balkenendenorm. Deze mensen mogen er zeven jaar over doen om hun inkomen terug te brengen, terwijl veel burgers van de een op de andere dag hun inkomsten met tientallen procenten zien dalen als gevolg van verlies van werk. Hierdoor komen steeds meer mensen in een ongezonde leefsituatie en armoede terecht. Solidariteit moet niet alleen van beneden, maar ook van boven komen anders is er geen sprake van wederkerigheid.


Geplaatst door Anneke Palsma op 14 March 2013